Verslag van een eerste verkenning: Ontwerpen voor leren

Zoals mijn studiegenoot Martijn Sytsma al voor mij deed, doe ik hier verslag van de eerste verkenning van het thema Ontwerpen voor leren, voor de Master Leren en Innoveren.

De achtergrond van deze verkenningsfase.

Bij ontwerpen voor leren maken we gebruik van het boek DRIE, geschreven door Manon Ruijters en Ingelien Veldkamp.
Het model van DRIE is een model waar vanuit vier invalshoeken organisatieontwikkeling beschreven wordt.
De basis van (organisatie)ontwikkeling ligt in de werkwereld of leerwereld, van daar uit vinden interventies plaats in de interventiewereld of creatiewereld (training, scholing en bijvoorbeeld heidagen). In tegenstelling tot wat in veel organisaties gebeurt is het probleem in de werkwereld leidend en dienen de interventies verbonden te zijn aan “het reguliere werk” om de uiteindelijke destinatie (ambitie) te kunnen bereiken.
Je hebt het zelf ook vast heel vaak meegemaakt, een studiedag op de hei die erg veel inspiratie opleverde maar in de waan van de reguliere werkdag niet tot werkelijke veranderingen of verbeteringen leidde.
Hiervoor zijn zeven grondslagen beschreven om hieraan vorm te kunnen geven.
Voor deze verkenning laat ik deze even achterwege.

De vier factoren die samen het woord DRIE vormen zijn:
Destinatie: Wat is het wenkend perspectief. Niet het doel van de interventie van de ontwikkeling (in mijn geval ontwerpen van een leerarrangement) maar de kern van de gewenste ontwikkeling is hier van belang. Deze is verbonden aan de ambitie en het werkelijke vraagstuk in de werkwereld.
Ruimte: In welke omgevingen worden de activiteiten georganiseerd. Dan hebben we het niet alleen over de fysieke ruimte maar ook hoe deze fysieke ruimte zich verhoudt tot de mentale ruimte en de impact daarvan.  Wat levert een heidag op?
Interventies: welke stappen worden er gezet om te voldoen aan de eerder genoemde ambitie (wenkend perspectief)
Eigenaren: Wie doen er mee en in welke rol. Belangrijke voor mij is, maak van de deelnemer een eigenaar.

Doordat het model van DRIE in eerste instantie lastig te vertalen was naar een werkelijke verkenning van ontwerpen voor leren hebben we gelukkig een handje hulp gekregen van onze docenten om de vertaalslag te maken. (figuur 1)

schema
Bron: powerpoint drs. J. van den Ende. Schema op basis van het model van DRIE  (Ruijters & Veldkamp, 2012)

Verslag van de verkenningsfase: Spelender(Media)wijs.
De cursieve en vette tekstdelen zijn concepten die ik verder ga uitwerken (of reeds uitgewerkt heb).

De innovatieambitie
Het ondersteunen van ca. 400 leraren SKBO bij het vergroten van de ICT bekwaamheid en vervolgens deze door middel van een zelfevaluatie aantonen. Hierbij rekening houdend met het feit dat deze leraren zelfgestuurd professionaliseren. Dit alles op grond van richtinggevende uitspraken van SKBO
Het is dus niet van belang HOE de leraren zich bekwamen, als ze zich maar bekwamen.
Het proces (HOE) is ondergeschikt aan het uiteindelijke resultaat (WAT)

De doelgroep waar ik voor ontwerp zijn de bovengenoemde 400 leraren, maar belangrijker is, hoe heterogeen is deze doelgroep en hoe kan ik organiseren dat zij straks in hun werkwereld het geleerde ook op hun eigen niveau blijvend toepassen.
In grote ICT projecten of in marketingstrategieën wordt om een grotere doelgroep te beschrijven gebruik gemaakt van zogenaamde persona.  Daarin worden de verschillen tussen de doelgroep beschreven, om zo zicht te hebben op de gebruikersbehoeften het niveau van de verschillende persona en als het kan zelfs nog de behoefte en leervoorkeur van de verschillende persona.
Helaas heb ik er nog geen wetenschappelijke publicaties over kunnen vinden en hou me dus aanbevolen.

De destinatie in relatie tot het onderwerp.
Kijkend naar het model van DRIE, is dit  het wenkend perspectief in de werkwereld waar de interventies gaan bijdragen om deze ambitie waar te maken.
Dat betekent dat ik vanuit een (organisatie) ambitie moet denken en niet vanuit een losstaand te behalen doel…of erger nog vanuit een probleem, waar een interventie op gaat plaatsvinden, zonder de relatie te leggen naar de werkwereld.
SKBO heeft in een richtinggevend kader de ambitie met betrekking tot ICT beschreven en in 5 hoofdpunten uitgewerkt.

“…..dat de kennis en kunde bij de leerkrachten van SKBO in ruime mate aanwezig is om goed en vakkundig gebruik te maken van ICT-voorzieningen en ook in staat zijn om het onze leerlingen aan te leren. De komende jaren zal ICT op alle scholen binnen alle beleidsterreinen van ons onderwijs de juiste aandacht moeten gaan krijgen. De meester weer de meester’. (en de juffrouw weer de juffrouw)”

Welk leren wil ik zien? (Visie op leren).
Een valkuil is in deze, de grote heterogeniteit van de doelgroep.
Kan ik daar wel een bij de hele doelgroep passende visie op formuleren?
Edith van Montfort, mijn opdrachtgever sprak vorige week over het opwekken van een “cognitief conflict”, zou ik met een leerarrangement in staat zijn om dat conflict uit te lokken en wat is dat dan?
Hoe ga je nu uitgaand van zelfsturing maar bij een gebrek aan het gevoel van urgentie (mijn aanname) de doelgroep aanzetten tot leren?
Kan ik de extrinsieke motivatie transformeren naar intrinsieke motivatie?
Daarbij rekening houdend met een aantal contextfactoren (zowel beperkend als verrijkend). Idealiter is het leren dat ik wil zien in een groep van 400 leraren die op grond van hun voorkennis (deze is gemeten) enthousiast, passend bij de leervoorkeur, zich vol stort op het vergroten van de ICT bekwaamheid en dat ook direct dagelijks bewust toepast in het onderwijs.Maar weet ik wel HOE deze leraren leren?
Bij bekwaamheid hebben we het in elk geval over kennis, vaardigheden en houding. Dat betekent dat authenticiteit van het leerarrangement straks bij het programma van eisen aan de orde zal komen. Bekwaamheid is hier gerelateerd aan de werkcontext.
Jammer genoeg is mijn paper leerpsychologie jammerlijk mislukt en durf ik eigenlijk niets te zeggen over straffen en belonen.
Hier ga ik dus nog even goed over nadenken!

Wat is de verwachte leeropbrengst: Meetbaar maken
Het lastige is dat ICT bekwaamheid wel door SKBO in het richtinggevend kader is aangegeven, maar dat in de bekwaamheidseisen van de wet BIO noch in de kerndoelen van PO beschreven is wat er geleerd zou moeten worden. Het meetbaar maken van de resultaten en de verwachte leeropbrengst is dus nog niet tegen een standaard af te zetten. Voor de 0-meting heb ik gebruik gemaakt van de kennisbasis ICT van ADEF, dat zou de standaard kunnen zijn om te hanteren.
Wat wel van belang is, is dat er reeds een 0-meting heeft plaatsgevonden dus een 2e zelfevaluatie na het leerarrangement zou iets moeten opleveren. Dat hoeft niet perse een aantoonbare vergroting van ICT bekwaamheid te zijn, maar zou natuurlijk wel een prachtige uitkomst zijn.
De verwachte leeropbrengst is dat de leraren het vanzelfsprekend vinden bij hun onderwijs ICT in te zetten. Maar ook dat zij de opgedane kennis en ontwikkelde producten met elkaar delen en hulp aan elkaar maar ook aan de leerlingen vragen.
Als je het aan mij persoonlijk (zonder paperdrang) zou vragen: zou ik zeggen dat de leraren van de angst voor inzet ICT in het onderwijs af zijn en het vanzelfsprekend vinden.
In bekwaamheid kunnen we spreken van 4 leerstadia
Onbewust onbekwaam, bewust onbekwaam, onbewust bekwaam en bewust bekwaam.
Deze leerstadia worden toegeschreven aan Maslow, maar zijn in geen enkel werk van hem terug te vinden. Een korte zoektocht op internet schreef de beschrijving van de 4 leerstadia toe aan Noel Burch, voormalig werknemer bij GordonTraining
De doelgroep heeft in elk geval door het invullen van de 0-meting het eerste stadium al bereikt en is inmiddels minstens bewust onbekwaam.
In de verdere uitwerking en bij de ontwikkeling van een eventueel meetinstrument (zelfevaluatie of peer evaluatie) zijn deze leerstadia van belang en zal ik deze ook verder beschrijven.

Verrijkende of beperkende contextfactoren.
Deze beschrijf ik in het programma van eisen.
Belangrijkste contextfactor is de grootte van de doelgroep en de heterogeniteit. Hoe kan ik het in een leerarrangement voor alle mensen aantrekkelijk en uitdagend genoeg maken om de ambitie te behalen?

De linkerkolom
In deze kolom komt met name het eigenaarschap, samenstelling van het ontwikkelteam en de werkwijze zoals in het model van DRIE beschreven aan de orde.
Er zijn een aantal soorten eigenaarschap in de verschillende fases van ontwikkeling te benoemen.
In DRIE gaan de auteurs uit van 4 soorten eigenaarschap:

  1. Eigenaar van de ambitie
    Volgens mij ben ik dat zelf, ik heb de innovatieopdracht geformuleerd en bent betrokken bij de uitvoering. Ook ben ik degene die een aantal interventies ontwikkel of formuleer die allen te maken hebben met het vergroten van de ICT bekwaamheid van de leraren.
  1. Formeel eigenaar
    Dat is het stichtingsbestuur van SKBO, zij bepalen en betalen. Lastiger vind ik wel de opmerking in DRIE dat de formeel eigenaar eindverantwoordelijk is voor de realisatie van de opdracht. Zeker gezien de manier waarop het Leiderschap binnen SKBO georganiseerd is, ga ik daar nog even over nadenken.
  2. Eigenaar van het proces
    Dat zijn de ca. 400 leraren, zij zijn mede eigenaar van het proces om het vergroten van ICT bekwaamheid op te pakken. Zonder gevoel van eigenaarschap is er volgens mij per definitie een motivatieprobleem, maar dat terzijde.
    Deelnemers tot eigenaar maken is in dit traject bijna voorwaardelijk, zeker gezien het feit dat ik eerder sprak over zelfsturende professionals.
  3. Eigenaar van het ontwerp
    Dat is het kernteam ICT, Bovenschools ICT coördinator, 2 directieleden en de ICT aanjager (1 dag per week in dienst). Daarnaast zullen in de verschillende ontwerpfases de 13 ICT coördinatoren per school betrokken zijn om mee te denken en te doen.

De werkwijze en het genereren van zowel meedoen en denken in het ontwerpproces en de wijze waarop feedback gegenereerd wordt moet ik nog beschrijven.

Dat geldt ook voor het innovatieve aspect en de relatie tot mijn onderzoeksvoorstel.
Beiden komen aan de orde bij de ontwerpregels, -keuzes en de visualisatie.

Het programma van eisen.
Hier mag ik (in tegenstelling tot de paper) nu even een opsomming maken waar ik nog mee aan de slag ga (en nog wel wat aanvullingen zal krijgen).

Hou rekening met

  • een heterogene doelgroep
  • het feit dat de doelgroep groot is
  • de verschillende niveaus van ICT vaardigheden
  • de tijdinvestering van de doelgroep
  • het feit dat het 13 verschillende locaties betreft
  • het feit dat directies autonoom mogen handelen
  • zelfsturing van de leraren
  • kennis en ervaring van de proces eigenaren (voor de ontwerpfase)
  • activeren en motiveren van de proces eigenaren
  • de te gebruiken instrumenten en omgevingen

Wordt vervolgd……..en ik kom terug met…..
Blended Learning, Gamification en de verklaring van de werktitel Spelender(Media)wijs.

Bronnen:

Ruijters, M., & Veldkamp, I. (2012). DRIE. Vormgeven aan organisatieontwikkeling.Deventer: Kluwer.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Beroepen in het onderwijs.  Opgehaald op 6 mei 2014 van http://www.wetten.nl

Noel Burch van Gordontraining, 4 Leerstadia van bekwaamheid. Opgehaald op 6 mei 2014 van http://www.gordontraining.com/free-workplace-articles/learning-a-new-skill-is-easier-said-than-done/

ADEF. Kennisbasis ICT (2013). Opgehaald op 6 mei 2013 van http://www.leroweb.nl/cms/wp-content/uploads/2013/07/130618_definitief_kbict_2013.pdf

 

3 comments

  1. Ha Karin!

    Wat een verhaal al! Het lijkt erop dat je de weg gevonden hebt.
    Ben erg benieuwd hoe je die 400 man ook echt eigenaar gaat maken. Bij de verwachte leeropbrengst heb ik nog wel wat vraagtekens. Zijn ze nu echt bewust onbekwaam denk je? Je beschrijft wel hele concrete gevolgen: inzetten van ict, delen van kennis, vragen aan elkaar en leerlingen, verdwenen angst (groter vertrouwen?). Mooi! Daaraan zou je goed kunnen zien of het ‘gelukt’ is. Komt dat allemaal terug in de ict 0 meting? Hoef je in ieder geval geen vragenlijst meer te ontwikkelen…

    ps. een tweede 0-meting is toch geen 0-meting meer?

  2. @martijn, een afspiegeling van de 400 man zou ook mooi als eigenaar zijn, vandaar mijn idee om met persona te werken. Wat mij betreft zijn ze “minstens”bewust onbekwaam, ze hebben toegang tot de uitkomsten van de eerste 0-meting en zich dus “bewust”van hun bekwaamheid of het ontbreken daarvan.
    Ik wil dat verhaal van bekwaam nog even verder uitwerken en verdiepen.
    Wat ik ga onderzoeken is trouwens maar een heel klein onderdeel van de ICT bekwaamheid…. namelijk mediawijsheid….
    Je hebt gelijk een 2e 0-meting is geen 0-meting meer, maar een zelfevaluatie 🙂
    Dank!

  3. Ha Karin, op de VLC een uitgebreide reactie van mijn kant. Jouw blog is daar weer wel goed te lezen, in tegenstelling tot die van Martijn. Maf hoor. Ben benieuwd waar je inmiddels staat en lees graag mee. Succes!

Comments are closed.