TGIF vrijdag 24 april, vraagtekens

Naar aanleiding van de aangenomen motie dat de docenten inspraak moeten krijgen over de invoering van CGO, even wat persoonlijke vraagtekens.
Ik ben zo bang dat de mensen die nu inspraak gaan opeisen, diezelfden zijn die zich verzetten tegen de invoering van CGO omdat ZIJZELF er niet klaar voor zijn. Net lezend dat BON tot de georganiseerde docentenclubs gerekend wordt, word ik nog onrustiger.

Natuurlijk gaat er veel niet goed, maar wat mij betreft ligt dat niet aan het competentiegerichte opleiden, maar aan de competenties van diegenen die dat onderwijs vorm en inhoud moeten geven. Competentiegericht opleiden betekent wat mij betreft dat je leerlingen zich laat ontwikkelen in leeromgevingen die aansluiten op de beroepspraktijk en ze daarnaast leert na te denken over waar ze mee bezig zijn en waar ze naar toe gaan. Dat opleiden gebeurt niet alleen op school maar ook in “de echte wereld” in samenspraak met het bedrijfsleven. Wat is daar nou mis mee? Binnen deze vorm van onderwijs is kennisoverdracht (voor zover die kennis aanwezig is) en toetsen helemaal niet uit den boze, maar het hoe en waarom je dat doet is van belang. Natuurlijk kan een leerling geen “ leervraag” formuleren in een dag, kan hij niet ineens “sprankelend reflecteren”…dat ligt echter niet aan CGO en de omschrijvingen in de kwalificatiedossiers maar aan die mensen die het onderwijs aan het herontwerpen zijn. Wij weten heel goed dat leerlingen sturing nodig hebben, maar dat kan toch afnemende sturing zijn, naarmate ze hebben geleerd te plannen en uitvoeren? Leerlingen moeten weten, wanneer ze wat moeten doen en wat er precies van ze verwacht wordt. Maar als diegenen die aan het herontwerpen zijn zelf niet weten waar ze naartoe gaan, komen ze ook nergens.
POP is ook zo’n besmet woord. Wat is er in hemelsnaam mis met persoonlijke ontwikkeling en het een plannen daarvan? Laat ik dan het containerbegrip portfolio maar direct koppelen aan het bekwaamheidsdossier van die mensen die de klok hebben horen luiden en niet weten waar de klepel hangt.
Als je als opleider of team niet in staat bent tot vormgeven en herontwerpen van onderwijs, maakt de onderwijsvorm waarin dat zou moeten gebeuren geen ruk uit.

Wat mij betreft krijgen de docenten die zich al jaren uitsloven en inspannen voor onderwijsinnovatie en om CGO handen en voeten te geven, voorrang bij de inspraak. Zij hebben een gedegen onderbouwde mening als ervaringsdeskundigen (die wat mij betreft dan ook negatief mag zijn).
De docenten die wel werken aan hun eigen ontwikkeling en zich door scholing en lezen van relevante boeken en artikelen gedegen op de hoogte houden van onderwijsveranderingen moeten gehoord worden.
Afremmen of stoppen met de invoering van CGO maakt trouwens niet dat het MBO onderwijs kwalitatief ineens een stuk beter wordt, daarvoor zullen we eerst afscheid moeten nemen van de mensen die zich ongenuanceerd blijven verzetten tegen welke verandering of vernieuwing dan ook.
Wat ik trouwens in deze discussie mis, is de ROC gedachte ….de maatschappij heeft het ooit goed gevonden dat deze onbestuurbare kolossen ontstonden, zou de armoede van welke onderwijsvorm dan ook niet eerder liggen in de geldverslindende diploma fabrieken waar bedrijfsvoering nog steeds belangrijker is dan onderwijs?

One comment

  1. gelukkig is dit onzalige voorstel deze week weer van tafel gehaald door de de staatssecretaris… 🙂

Comments are closed.