TGIF Mondeling Duits, mit nach bei zeit…lekker bij de tijd

Woensdagavond kregen we bezoek van ons buurmeisje. Ze mag voor de verdieping van haar kennis, voor de 2e keer gebruik maken van het onderwijs dat haar geboden wordt in 5 VWO. Kort door de bocht, ze heeft er vorig jaar een spijbelpotje van gemaakt en is dus blijven zitten. Handig met voortgezet onderwijs is dat je makkelijk 2 jaar achter elkaar van dezelfde boekverslagen, repetities en andere schrijfopdrachten gebruik kunt maken. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

  • Wat kwam ze doen…haar MONDELING Duits was vorig jaar beloond met een 5,6 en ze wilde daar nu wel een 6 van maken. (recyclen dus)
  • Waar kwam ze mee aan: een A-4 verslag van een Engelse tranentrekker waar het verhaal in Duits in stenotaal verteld wordt, maar waar de docent niet de moeite had genomen om feedback te geven. Waarom was het nu een 5,6? Waar zat de fout?
  • Wat werd er van haar verwacht: het uit het hoofd leren van dat verhaal, oplepelen, inleveren en een cijfer krijgen. Ja de ingeleverde tekst wordt ook beoordeeld…spreekvaardigheid ten top!
  • Waar wordt op beoordeeld: het gebruik van de juiste naamvallen bij de juiste tijd, voorzetsels en mannelijk, vrouwelijk of onzijdig goed voorzien van de juiste naamvallen. Dus vooral niet mompelen.

Wij aan de der, die, das…maar vooral aan de: an, auf, hinter, neben, in, uber, vor, zwischen, durch, fur, onhne, um, bis, gegen, entlang, mit, nach, bei, zeit, von, zu, zuwieder, entgegen, aus, ausser, gegenuber…om de naamvallen, hoofdletters (zelfstandige naamwoorden) op z’n plek te krijgen. (ja…in mijn tijd…toen ik zo oud was als mijn buurmeisje, toen werd er nog gestampt)

Een mondeling examen Duits van een 5 VWO leerling bestaat daar (op de school van mijn buurmeisje) uit het uit het hoofd leren van een geschreven tekst, oplepelen, inleveren en ophoepelen. SCHANDE!
Spreekvaardigheid Duits moet een interactie zijn tussen de leerling en de docent. De docent stelt vragen en de leerling beantwoordt deze. Er vindt een gesprek plaats. Mijn mondeling examen Duits in 1979 bestond uit het voeren van een gesprek over de (natuurlijk niet door mij) gelezen boeken. Er werd een gesprek gevoerd. Als ze mij in Duitsland zouden droppen kon ik er de weg tenminste vragen en ook het antwoord verstaan om weer thuis te komen.
De leraar Duits van mijn buurmeisje moet wat mij betreft acuut gedropt worden in Rusland en maar zien dat ie de weg terug naar huis vindt.
Vind je het gek dat jongeren van vandaag niet kiezen voor het prachtige beroep van docent als ze zulke verschrikkelijke voorbeelden hebben.
Ik ben geen tegenstander van kennis, maar toepassen van het geleerde is belangrijker dan de naamvallen juist opschrijven en oplepelen.

3 comments

  1. Ging het bij dat examen misschien om een onderdeel van het mondelinge vak: een uitspraaktest? Aussprache: die beoordeelden we in de klas in het eerste jaar (beginfase) vroeger ook al wel eens een keertje met het ingeoefende opzeggen van een gedicht of een stukje tekst uit het hoofd of voorbereid voorlezen (zoals van een nieuwslezer, bv.). Kwestie van eens alle aandacht naar de Duitse klanken te kunnen laten gaan …

    Ik benadruk: het ging dan om een mogelijke variant binnen de beoordeling van de uitspraak. Niet over ‘mondeling Duits’ in zijn geheel, waar natuurlijk het communicatieve volgens de voorschriften het grootste ‘gewicht’ krijgt.

  2. Misschien is de nood hoog (d.w.z. weinig lestijd, dus contacttijd) en probeert de betreffende docent op deze manier twee vliegen in één klap te slaan.

  3. Wat ik een merkwaardige paradox in het bovenstaande vind, is dat aan de ene kant het ‘gezonde’ stampwerk als noodzakelijke voorwaarde voor een goede spreekvaardigheid wordt geponeerd, aan de andere kant meent de schrijfster dat het gaat om de toepassing van de taal, niet om de kennis per se. Wat is het nu? De kennis, of de toegepaste kennis? Of misschien toch allebei? Daarnaast is het natuurlijk wel gemakkelijk om de pijlen op de docent te richten als de leerling zich ook niet bovenmatig blijkt te willen inspannen. Ligt dat aan het feit dat de leerling niet genoeg wordt uitgedaagd, zoals wordt gesuggereerd, of aan andere zaken? Gebrek aan kennis (het zakt weg omdat het weinig wordt herhaald), maar in mijn beleving veelal de angst om fouten te maken leidt tot moeilijkheden met het spreken. Zonde, want dat moet de schrijfster worden nagegeven, daar gaat het om.

    Om dan nog even te zeuren *maar daar ben je docent voor* zuwider is natuurlijk wel zonder e, seit met een s, fuer met een Umlaut en auBer met een sz (we leren ze geen Zwitsers tenslotte).

Comments are closed.