Digidingen en meer onzin.

Afgelopen woensdag was ik bij de Onderwijsdagen 2017 in Rotterdam.
Allereerst was ik blij verrast door de inhoud en de kwaliteit van de workshops/lezingen.
Fijne levendige sessies, discussies en prettige vrije presentatoren.
Complimenten dus aan Surf.
Kennisdeling door mbo, hbo en universiteiten en ook de leveranciersmarkt gaven me weer inspiratie.

Wat mij wel verbaast is dat er nu weer (nog) gesproken wordt over delen van lesmateriaal en producten. Open Onderwijs, open standaarden en zelfs de term repository kwam terug.
Terug zeg ik, want bij mijn weten waren we in onderwijs (mbo instellingen) daar in 2007 ook al mee aan de slag.
Ook toen hadden we het over open standaarden en over het delen van bijvoorbeeld kant- en klare Blackboard courses.
Iets met een marktplaats MBO iets met een wikiwijs
Eduexchange 2008,  ga zo maar door.

Ook maak ik me nog steeds zorgen over de ict vaardigheden van docenten.
Dan bedoel ik niet eens het didactisch inzetten van ict in hun onderwijs, maar gewone basisvaardigheden.

Het is prachtig om te zien dat de universiteit van Utrecht summer en winter courses van twee dagdelen organiseert voor docenten….maar anno 2017 vind ik dat zorgwekkend.
Ook uit een gesprek afgelopen week bij een school blijkt dat basis ict vaardigheden van docenten weinig aandacht krijgen.
We accepteren het argument werkdruk om niet structureel die ict basisvaardigheden op de agenda te zetten.

Ik zag deze week een deelnemer aan een sessie die niet in staat was een device op het wifi netwerk aan te melden en de adresbalk in Google te gebruiken om een url in te tikken.
Iemand kreeg Siri op een telefoon niet uitgezet.
Het is voor sommige docenten nog steeds lastig om meerdere Bijlagen in de mail meesturen, (zip wat is dat?), of om een gedownload bestand vinden.

LinkedIn is er ook zo een…

Onze studenten hebben niks te halen/vinden op LinkedIN. Sommige docenten denken zo voor hun studenten (laat ze dat zelf bepalen) maar eerder vanuit onkunde en angst.
Veel docenten hebben weinig ervaring met online platforms.

Zij hebben zelf geen actief LinkedIN account. Dat mag natuurlijk…we leven in een vrij land. Maar wanneer zij dat doen met het argument ‘ik zoek geen werk’ doen zij hun studenten tekort. Het maakt dat, de waarde die zij als docent niet zien ook zo overgedragen wordt op studenten.
Practice what you preach, leidt dan tot een CV in Word en een motivatiebrief die geprint en opgestuurd wordt per post.
Mij lijkt dat je anno 2017 studenten begeleidt naar een baan en dan zul je echt meer aandacht aan de online wereld moeten besteden.

Wanneer we, met name bij de niveau 1 en 2 studenten in het mbo, geen enkele aandacht aan sociale media en online profileren besteden, laten wij als onderwijs een digitale kloof ontstaan.

Dit komt mede omdat er geen weinig eisen gesteld worden aan de ict basisvaardigheden van docenten en zij dus graag de online wereld laten voor wat het is.

Heeft iemand ooit aan een manager of een directeur van een mbo instelling gevraagd hoe het met zijn of haar ict vaardigheden is en of dat een probleem is? Zolang niemand er last van heeft……zal er geen urgentiegevoel ontstaan.
Wie weet zit ik in 2027 bij de onderwijsdagen nog steeds te kijken naar presentaties over professionaliseringstrajecten ict vaardigheden.


Ach, aan de andere kant, dan houd ik ook nog jaren leuke kansen op opdrachten en wordt de leerlijnict een daverend succes 🙂

 

Mediaprofielplus: de Challenge ‘online profileren’

Hoewel ik niet heel erg productief was de afgelopen maanden, zijn Mariëlle van Rijn en ik wel druk aan het werk geweest. Ik geef toe, zij was er drukker mee dan ik…maar toch.

We hebben op Mediaprofielplus een Challenge ‘online profilering’ voor je klaar staan.
Daarin ga je 21 dagen met je LinkedIn profiel aan de slag.
Je gaat deze up to date te maken en je social selling index met een aantal punten te laten stijgen.

Natuurlijk zegt de social selling index niet heel veel en is er alleen door LinkedIN waarde aan gehangen, maar toch is het een leuke tussentijdse meting.
Lees verder

Tutoyeren en Vousvoyeren

Mijn ouders leerden mij vroeger U te zeggen tegen mensen die ouder waren dan ik.
Ook vreemden moest je netjes met U aanspreken.

Datzelfde heb ik mijn kinderen geleerd, die houden zich er(volgens mij) nog steeds aan.
Mijn kinderen hebben mij altijd bij mijn voornaam genoemd,  ik heet Karin.
Ik ben een moeder maar (in tegenstelling tot mijn schoonouders) sprak ik mijn (ex) man niet aan met Pappa. (Vraag maar aan Pappa….of vraag maar aan Mamma).
Mijn moeder heb ik altijd met mam aangesproken maar wel getutoyeerd.
Dat is allemaal zo gegroeid en heeft voor mij te maken met persoonlijke voorkeuren en op welke toon je mensen aanspreekt.

Nu word ik soms met mevrouw en U en soms met Karin en jij aangesproken.
Mij maakt het niet uit, als we ons er beiden maar senang bij voelen.

Ik heb meer moeite met hoi en doei van kassières en verkoopsters dan met tutoyeren.  Maar nogmaals dat is persoonlijk.

Toch zijn de tijden veranderd.
We hebben er namelijk een aantal communicatiemiddelen bijgekregen de afgelopen 10 jaar.

Op mijn weblog weet ik niet wie het leest. Vousvoyeren vind ik een afstand scheppen terwijl ik jou als lezer juist dichtbij wil hebben. Of is dat onzin?
In de mail zit ik weleens te twijfelen en sla dan de veilige weg in. ‘Goedemiddag…naar aanleiding van ons contact stuur ik deze mail.’

Wanneer mensen hun voor en achternaam onder aan een mail zetten durf ik wel met een voornaam te beginnen, maar ik vermijd het bij een eerste contact het liefst.

Hoe zit dat met online leeromgevingen?
Wij puzzelen er soms over en het is echt heel lastig om consequent te blijven.

Zijn er regels/afspraken over?

ePortfolio, welke eisen stel jij eraan?

Ineens zie ik weer allemaal zoektochten, tips en product reclames voorbij komen met betrekking tot ePortfolio’s.

Al sinds 2002 ben ik aan het nadenken over- en betrokken bij ePortfolio’s. Eerst in het kader van het ontwerpen van onderwijs en de examenmix in het mbo. Vervolgens in mijn pedagogisch didactisch traject tot startbekwaam BVE docent, als laatste in mijn master leren en innoveren, waar het eindportfolio me de eerste keer nekte.
Deze week zag ik het portfolio in hbo ook voorbij komen, op een usb stick wel te verstaan en geprint.
Als geen ander weet ik dat  het portfolio in hbo pijnpunten kent, voor zowel de studenten als de docenten.
Het jezelf scoren van ontwikkeling op grond van bijvoorbeeld Dublin Descriptoren is geen eenvoudig klusje. Het is een talige aangelegenheid en death by portfolio ligt op de loer, vooral als er vooraf geen minimaal/maximaal eisen gesteld worden.
Het beschrijven van ontwikkeling is trouwens mijns inziens iets anders dan het aantonen ervan, maar dat terzijde.

Ook zag ik deze week ineens weer allerlei tips hoe je een ePortfolio in het basis- en voortgezet onderwijs zou kunnen inzetten en inrichten en met welke leuke online tools dat mogelijk is.

Het is voor dus weer eens tijd om wat dingen bij elkaar te zetten als het gaat over het gebruik van ePortfolio’s om zowel formeel als non-formeel leren vast te leggen.

Onderscheid

Ik ga uit van drie verschillende portfolio varianten (waarbij het een het ander niet bijt en alles in 1 portfolio geplaatst zou kunnen worden mits de techniek klopt. Ik ga trouwens ook uit van online/digitale portfolio’s, daar staat de e voor (elektronisch)

Presentatieportfolio
Eigenlijk is zo’n ePortfolio afkomstig vanuit de kunst/fotografie/modellen wereld.
Wanneer we naar onderwijs kijken, kunnen leerlingen/studenten/docenten hier laten zien waar ze trots op zijn. Kijk eens wat ik gedaan heb, hoe mooi het is en wat vind jij ervan?
Eigenlijk is LinkedIn ook zo’n presentatieportfolio.
Er heeft namelijk geen validatie plaatsgevonden van de producten. Wie checkt of mijn LinkedIn inhoud klopt?
In een presentatieportfolio is de validatie van de inhoud niet van het grootste belang.  

Een website of een weblog zou je ook als een presentatieportfolio kunnen zien.
De eigenaar is degene die bepaalt wat hij/zij er met de wereld deelt en op welke manier.
Er zijn geen vormvereisten.

Ontwikkelingsportfolio
Wanneer je leert en je jezelf ontwikkelt kun je in dit portfolio verschillende producten opnemen.
Eigenlijk monitor je daar jouw eigen ontwikkeling. Waar sta je en waar ga je naartoe?

Let wel…het is nog geen gevalideerde inhoud.
De eigenaar bepaalt meestal zelf wat er in het ontwikkelingsportfolio opgenomen wordt.

Soms geeft de docent of leidinggevende (of in het geval van EVC de ePortfolio begeleider) opdrachten aan die in dit portfolio moeten worden opgenomen. Dat is van belang wanneer een ontwikkelingsportfolio in een later stadium een beoordelingsportfolio wordt.
Soms vragen we onderling feedback om te zien of we op de goede weg zitten.

Door tussentijds bijstellen, feedback vragen en vervolgstappen plannen hou je op deze manier jouw eigen ontwikkeling bij. Dit kan zowel met producten en ervaringen uit formeel als non-formeel leren.
Wanneer je aan metingen denkt zou een nulmeting (voorafgaand aan een 360 feedback meting) ook onderdeel kunnen zijn van een ontwikkelingsportfolio.

Wanneer ik in het basis- en voortgezet onderwijs aan zo’n portfolio denk, zou het bij projecten of de ontwikkeling van het profielwerkstuk (dus niet de eindbeoordeling) gebruikt kunnen worden.

Het oorspronkelijk bedachte bekwaamheidsdossier voor/van leraren zou hier ook onder kunnen vallen. Ware het niet dat in de wet BIO de werkgever verantwoordelijk gemaakt is voor het bijhouden ervan.

Wat in onderwijs niet goed gelukt is, is het vaststellen wat er in dit ePortfolio thuis hoort en welke structuur het heeft als het in een later stadium of tussentijds gebruikt wordt als beoordelingsportfolio.
Vaak hoorde ik (in mbo maar ook bij mijn pedagogisch didactisch traject) stop maar in je portfolio.
Een grote verzamelbak van ongemeten en niet beoordeeld materiaal.


De scheidslijn (wanneer er niet goed over nagedacht is) tussen een ontwikkelings- en een beoordelingsportfolio is dus dun.

Beoordelingsportfolio.
Producten die ter beoordeling worden aangeboden en voldoen aan vooraf vastgestelde criteria horen in een beoordelingsportfolio. Het zou (technisch) zo moeten zijn dat wanneer een ePortfolio ter beoordeling wordt aangeboden dat ‘bevroren’ wordt voor een bepaalde periode. De eigenaar (deelnemer) mag in die periode niets meer wijzigen aan de ter beoordeling aangeboden producten.
Zoals ik al aangaf is de scheidslijn tussen een ontwikkelingsportfolio en beoordelingsportfolio dun.
Welke producten zijn goed genoeg om beoordeeld te worden en aan welke eisen moeten deze voldoen?


In EVC trajecten is dat vanwege de formele validering (een ervaringscertificaat)  vastgelegd.
De ‘bewijzen’ in het ePortfolio worden getoetst aan de hand van VRAAK criteria.

  • Variatie (meer dan 1 bewijsstuk),
  • Relevantie (zijn ze van belang voor de validering),
  • Actualiteit (houdbaarheid van bewijzen),
  • Authenticiteit (is het wel van de indiener)
  • Kwaliteit (voldoet het aan de vooraf gestelde eisen).

Aan de hand van scores (vooraf vastgelegd hoeveel, hoe vaak, hoe oud en hoe nieuw) wordt er gekeken of de inhoud voldoet.
Omdat het aanbieden van papieren/digitale bewijzen voor wat betreft authenticiteit best lastig is, wordt een portfolio beoordeling veelal afgesloten met een criteriumgericht interview.
Daarin wordt de kandidaat/deelnemer bevraagd over de inhoud van het ePortfolio.
Vooral authenticiteit en vaak ook relevantie komen daar aan de orde.


Na de beoordeling wordt het portfolio weer vrijgegeven en kan de deelnemer in het kader van Levenlang leren gewoon door in het portfolio.
Formeel leren is (tijdelijk) afgesloten en misschien zijn non-formele leerproducten wel meegenomen in de beoordeling.


Welke technische eisen zou je aan een ePortfolio moeten stellen?.

  1. Eigenaarschap van de data.
  2. Portabiliteit.
  3. Mogelijkheden mbt scoren, bevriezen en beoordelen.
  4. Privacy en Security.

Wie is de eigenaar?
In principe is de lerende eigenaar van het ePortfolio. De data, de inhoud en bij een presentatieportfolio ook eventueel de keuze van de look en feel zijn van de lerende.

Wanneer het ook als beoordelingsportfolio ingezet wordt, heeft de beoordelende instantie echter ook een bewaarplicht van examenstukken. Het beoordelingsdeel zal dus uit de omgeving gehaald moeten kunnen worden om te bewaren in de examenbank.

Ik gebruik daar wel eens een voorbeeld bij om het te bewaren beoordelingsdeel te beschrijven, omdat niet ALLES van het ePortfolio bewaard hoeft te worden.
Bij een praktijkopdracht ‘het plakken van een fietsband’ wordt niet de gerepareerde band maar de beoordeling van het repareren van de band opgenomen in het examendossier. Er hoeft dus maar een klein deel bewaard te blijven.

Toch zie ik veel ePortfolio’s in ELO’s of op servers van scholen zelf, die daar achterblijven als de student/leerling vertrekt. Een beetje zonde van al het werk lijkt me.
In Office 365 zie ik ontwikkelingen, maar ook de rechten daarvan liggen bij de school en niet de lerende.
Ook zie ik bijvoorbeeld ePortfolio’s op gratis websites (wordpress.com, blogger.com, wix, enz.)
Daar is de aanbieder/host eigenaar van de data en zul je je dus af moeten vragen of punt 2 dan niet van belang is, om punt 4 maar niet eens te noemen.


Hoe draagbaar is het portfolio?
Kan een ePortfolio geëxporteerd worden? Maar even belangrijk,  ook weer ergens geïmporteerd worden? Wanneer een lerende van school A naar B gaat, kan dan alles opgepakt en meegenomen worden? Kan dit altijd of moeten scholen daar zelf aan gaan sleutelen? Kan de lerende het zelf of gaan we met CD’s en USB sticks werken (of erger nog in een gratis Dropbox mapje)
Kan er dan vervolgens doorgewerkt worden in het ontwikkelingsportfolio?

We hebben het dan over standaarden.
Een van de standaarden (als we naar importeren en exporteren kijken is bijvoorbeeld XML of Scorm.
Ik kan dit weblog exporteren en ergens anders importeren. Toch is dat wanneer we het hebben over een beoordelingsportfolio en het bevriezen ervan (wie drukt op de knop bevriezen en wie op ontdooien?) lastiger.


Daarom is er een ePortfolio standaard opgesteld.
Bij de NEN is er vanuit een ePortfolio afspraak (we zouden het zo moeten doen, maar het hoeft niet) een NEN ePortfolio standaard beschikbaar.

Hierin is vastgelegd hoe data in bepaalde tabellen horen te staan. Dat betekent in elk geval dat we de dingen hetzelfde noemen. (werkervaring, opleiding, naam, geboortedatum  enz.)
Die standaard is vanzelfsprekend het meest belangrijk bij werkelijk gevalideerde of beoordeelde (te beoordelen) onderdelen.
Echter is deze bij lange na niet als standaard ingevoerd door aanbieders van ePortfolio systemen (of ELO´s waarin een portfolio mogelijkheid geboden wordt).
Zolang wij als afnemers van software dat geen issue vinden en het niet als eis stellen bij het keuzeproces, zal de maker van de software er niet al te veel tijd aan besteden.
Doordat wij wel vragen om leuke gadgets, hippe kleurtjes, aanpasbaarheid naar eigen wensen, het opnemen van toetsresultaten en metingen, is de afgesproken ePortfolio standaard niet dringend genoeg om te implementeren in de software.

Technische mogelijkheden m.b.t. scoren, bevriezen en beoordelen.
Op het moment dat we hier over gaan nadenken, is volgens mij de XML en SCORM standaard niet voldoende om het bevriezen te automatiseren. Ik heb gezien dat scholen een WordPress ePortfolio ontwikkelden en dan in de bevriezingsfase de schrijfrechten van de deelnemer (eigenaar) ontnamen. Tsja, dan gaat punt 1  rond het eigenaarschap weer niet op. Want wie is eigenaar en wie bepaalt?
Er zijn een aantal aanbieders die de NEN standaard geïmplementeerd hebben, maar daardoor andere dingen (vooral het presentatieportfolio)  weer van minder belang vinden.
Dit zijn wel zaken om rekening mee te houden als  je wilt starten met de invoering van een ePortfolio.
Wat wil je ermee?

Hoe veilig is het portfolio en met name hoe staat het met de privacy?
Het laatste punt is vooral van belang voor basis- en voortgezet onderwijs.
We hebben nogal wat wetten over privacy en sinds 1 januari 2016 is ook de wet op datalekken van kracht. In de wet op privacy staat dat er niets zonder toestemming van ouders mag worden opgeslagen zolang kinderen nog geen 16 jaar zijn.
Ook moeten data veilig zijn. Zodra het mogelijk is om de naam van een leerling te koppelen aan andere gegevens (geloof, medische gegevens, adressen) en deze gegevens worden openbaar, is er sprake van een datalek.
Gezien het feit dat kinderen/jongeren zich niet altijd te veel zorgen maken over hun privacy en veel docenten daar onvoldoende over nadenken, is het best tricky om zomaar te starten met iets portfolio-achtigs.
Ik ga het niet hebben over de patriot act maar met de komende president van de verenigde staten zou ik zelfs daar even bij stil staan.

Heel bewust noem ik geen namen van aanbieders en ontwikkelaars, die ga ik ook niet geven.
Ik denk alleen dat als je als school of individuele docent iets wilt gaan doen met welke vorm van een ePortfolio dan ook, dat deze blogpost je misschien aanzet tot het maken van weloverwogen keuzes.

Voor wat betreft universiteiten, hbo en mbo weet ik dat Surf een tijd bezig geweest is met ePortfolio vraagstukken en dat ook weer ging oppakken.
Misschien dat Kennisnet die rol op zich kan nemen voor po en vo?

Vragen stellen over ePortfolio, mogelijkheden en aanbieders kan trouwens al heel lang bij de Stichting ePortfolio for all

Oh en…een van de slechtste voorbeelden van een ePortfolio is het lerarenregister, dat voldoet aan geen enkele van de boven beschreven 4 eisen en biedt geen enkele mogelijkheid tot het presenteren waar ik trots op ben en het bijhouden van mijn ontwikkeling voor ik beoordeeld word.

In een vervolg op deze blogpost ga ik op zoek naar het gebruik van badges in combinatie met een ePortfolio





 

Puzzelen met elearning en WordPress

Zoals ik al eerder beschreef ben ik druk aan het puzzelen met het bouwen van een e-learning omgeving in WordPress (Samen met Mariëlle van Rijn).
Even een tussentijds verslag wat we  inmiddels allemaal (technisch) uitgevogeld hebben.
Misschien heb je er iets aan, maar sterker nog…misschien heb je tips!


Wat willen we?
We willen online lessen aanbieden.
Natuurlijk kan dat vergezeld gaan van face 2 face contacten of een videogesprek.
Daar gaat deze post niet over, de inhoud is volop in ontwikkeling.

Wat doen we dan?
We hebben met elkaar afgesproken dat ik de puzzelaar ben en soms inhoud maak en dat Mariëlle van Rijn gaat vullen en wensenlijstjes maakt.
We communiceren hoofdzakelijk via DM in Twitter, soms wat mail en regelmatig even bellen.

Mijn gedoe
Voor het eerst heb ik afgelopen jaar geld uitgegeven aan thema’s,
plugins en meer.
Ik heb gekozen voorvoor Learndash  als leeromgeving en daar een jaarlicentie van gekocht.

Ook heb ik Generate Press (pro) aangeschaft. Generate Press is een gratis thema en bij een upgrade download je een plugin om de uitgebreide mogelijkheden (kleuren, lay-out enzovoort) te kunnen gebruiken.
Ook deze site is gemaakt met
Generate Press.

De Leeromgeving.

  • De leeromgeving kan verschillende cursussen bevatten (modules)
  • Een module bestaat uit hoofdstukken en paragrafen.
  • Deze kunnen kriskras doorlopen worden. Dat heeft nog wel even wat puzzelwerk gekost. (alles is namelijk van oorsprong erg lineair opgebouwd).
  • Allerlei vormen van toetsen zijn mogelijk.
  • Er is een koppeling met open badges, dus ook belonen met badges kan op verschillende niveaus.
  • Beoordelen en afdwingen van het uploaden van uitgewerkte opdrachten.

Het is dus een echte volwaardige leeromgeving.
Doordat ik nog wat extra dingen aangeschaft heb, kunnen we aan de administratieve kant groepen maken, docenten toewijzen aan groepen en modules tegen betaling aanbieden.

Technische puzzels en wensenlijstjes.

  • Deelnemers hebben een eigen profiel pagina met wat invulvelden. Ik ben nog wel op zoek naar een meer portfolioachtige mogelijkheid. Suggesties zijn welkom!
  • Omdat we willen dat deelnemers ook met elkaar kunnen communiceren of af en toe via een forum een reactie plaatsen, heb ik Buddypress (plugin) geïnstalleerd.
  • Probleem was dat als ik een forum zichtbaar maakte dat overal zichtbaar was, ik wilde het echter alleen bij een paragraaf hebben.
    Daarvoor hebben we weer een oplossing gevonden: Content Aware Sidebars.
    Hierbij geef je aan op welke pagina, welke sidebar (zijbalk) zichtbaar is.
    Voor bloggers met een website erbij (zoals karinwinters.nl) is dit een top plugin. Op de ene pagina wel je twitterstroom in de zijbalk, op de andere je abonneer knop.
  • Mailen met deelnemers
  • 1 op 1 berichten
  • Inmiddels hebben we ook enkele plugins geïnstalleerd om Google docs en PDF’s te integreren.
  • Om modules te kunnen hergebruiken heb ik de Duplicate Post plugin erbij gezet, nu kan ik modules, hoofdstukken en paragrafen kopiëren en content eenvoudig hergebruiken.

Het enige probleem dat we nu hebben:
….het wordt allemaal wat traag (zeker in de
beheerskant)
Daar zijn we nu een expert op aan het loslaten.
Oh, en alles staat (bijna) op een beveiligde server (
https) .

Heerlijk puzzelen!
Blijf vooral volgen wat we doen, want we hebben natuurlijk binnenkort ook nog echte testers nodig.

Ik vind de portfolio vraag wel een blijvertje, iemand een plugin?






Een rondje internet speuren

Vorige week zag ik de tegenlicht uitzending die ging over burgerdetectives. Mensen die op grond van openbare data van alles onderzoeken. Zij zijn vooral op zoek naar bewijzen van (oorlogs)misdaden en misstanden.
Over beroepen die gaan verschijnen gesproken.
Ook is het deze week de week van Mediawijsheid en het thema is Feit, Fake of Filter

Toen we gisteren het twitteraccount van bijles-huiswerk nogal onder vuur lag, dacht ik, laat ik eens op onderzoek uitgaan.

Het resultaat.

Aanleiding was het twitteraccount: bijles-huiswerk (inmiddels ben ik geblockt door dat account). Daar hoort deze website bij

Onderaan de site staat dat bijles huiswerk een onderdeel is van Topclass Tutors
Deze stichting is gevestigd in Amstelveen (accountantskantoor).
De stichting is inmiddels uitgeschreven bij de kamer van koophandel.

Oorspronkelijk was het Instituut Einstein waar op Google het adres nog van te vinden is.
Dit instituut is inmiddels uitgeschreven bij de kamer van koophandel.

Er bestaat een wikipedia pagina van AEIS (Albert Einstein International school).
Deze is gevestigd in Amsterdam, maar is geen fysieke school.
Wel zijn er campussen in Amsterdam, Oekraine and Cambridge (USA).
Klikkend op de externe Link kom ik weer terug op topclasstudors. 

Vervolgens werd ik via LinkedIn getriggerd toen ik op Book a private tutor now landde
En terwijl ik daar door de 255 artikelen bladerde zag ik dat het huis waar oorspronkelijk Instituut Einstein gevestigd was te koop staat.

Maar wat is dan de vestigingsplaats?
Via de algemene voorwaarden  op Topclass Tutors kom ik in Malta uit, op het adres
Imperial Court, Triq Ganni Bencini, Sliema, SLM 1205 Malta

In de bedrijvengids op Malta zie ik een aanvulling en een iets andere notatie van het adres.

Triq Ganni Bencini APARTMENTS/SUITE 2, SLM Tas-Sliema, Malta

Meer internationale ontwikkelingen
Via Linkedin kom ik op VIP celebrities-governess dat in Amerika gevestigd is.
Gezien de “other services” en de algemene voorwaarden  is ook dit een bedrijf gekoppeld aan topclasstutors.

Nu alleen de natuurlijke persoon nog vinden die achter de organisaties zit

Bij Bijles-huiswerk en topclasstutors met alle afgeleide sites kom ik de naam F.Groeneveld tegen (met in beide sites de verwijzing naar instituut.einstein)

bijles_huiswerk             topclasst
In de USA is de naam van deeigenaar Fred Green (adres en telefoonnummer door mij verwijderd).
green

Wat dit zoekrondje mij heeft opgeleverd?

Niets.
Alleen het besef dat het echt heel eenvoudig is om informatie te achterhalen.
Ook heeft het mijn bewustzijn weer even wakker geschud wat er allemaal online te vinden is.

Een waardeoordeel over de opbrengst van de zoektocht laat ik aan de lezer.

Noot: Ook Rhea Flohr schreef er een blogpost over

Wauw! ICTdag Eindhoven

Al een tijdje ben ik niet zo van de workshops.
Het in- en uit vliegen als studiedag vulling is niet meer zo mijn eerste prioriteit.


Dat heeft een paar redenen.

  • Welk probleem los je op en wat is het doel van de studiedag?
  • Een workshop die in het studiedag luchtledige hangt beklijft niet. Een uurtje stoeien met wat tools of over een onderwerp praten zet geen verandering in gang. Morgen gewoon weer over naar de orde van de dag.
  • Een workshop tijdens een studiedag is niet altijd gevuld met gemotiveerde deelnemers. Vaak hebben leraren geen inspraak in het programma. Het gevolg is dat de sessies niet altijd even lekker verlopen. De workshopleiders krijgen het vervolgens 9 van de 10 keer te verduren. Bij een eindevaluatie is workshopleider de gebeten hond, de hand in eigen boezem steken blijft moeilijk voor de gemiddelde workshopdeelnemer.
  • Leraren hebben de gewoonte om acuut in een leerlinghouding te zakken en zich ook als de leerling te gedragen als ze zich geen eigenaar van de inhoud van workshops voelen. Het is niet HUN leervraag maar een door derden (misschien best legitieme) geformuleerde leervraag.

Hoe anders was dat vandaag bij de ICT dag waar onze zuiderburen de grens mee overstaken.  Hans de Four zal me wel verbeteren, maar ruim 500 docenten uit hoofdzakelijk voortgezet onderwijs waren in Eindhoven om deel te nemen aan de ICTdag2NL
Voor een groot deel van de deelnemers was het een “verplichte” studiedag, maar ook heel veel “losse” deelnemers sloten aan.
Mensen hadden ruim van te voren keuze kunnen maken uit een ruim aanbod van workhops (allemaal ICT gerelateerd) die 2,5 uur duurden.
Elke deelnemer kon 2 lange workshops volgen, koffie drinken, de ict markt bezoeken en kleine workshops volgen.
De website en met informatie over workshops, sprekers en het programma..klonk als een klok!
De communicatie rondom deze dag was tot gisteravond – voor met name de sprekers – optimaal.
Aan alles was gedacht, herinneringen..de parkeerkaart, het draaiboek, de lokalen.

Zelfs een hotel boeken met korting was mogelijk.

Mijn Workshops
Mijn bijdrage aan deze ictdag was dan ook voor mezelf de moeite waard om extra veel tijd te steken in de voorbereiding.
2,5 uur is best een forse tijdsduur en dan moet er ook wel even wat gebeuren.

Bloggen is Leren
De eerste workshop (14 deelnemers) Bloggen is leren was interactief, levendig en veel te kort. De deelnemers hadden van mij vorige week al een mail gekregen (ja ook dat zit in het systeem) om expliciete leervragen alvast op te sturen. Op die manier kon ik de workshop nog meer toespitsen op de deelnemers.
Het is zo lastig om op afstand de ict vaardigheden van mensen in te schatten dat ik (denk ik) aan veel variatie en niveaus gedacht had en er voor elk wat wils was.
Aan de opdrachten die klaar stonden zijn de meesten niet toegekomen, want tussen het inrichten van een wordpress.com weblog door kwamen de vragen.
De vragen beantwoordde ik door soms frontaal iets te laten zien of soms even tijd te nemen voor een specifieke vraag van een deelnemer.
Als mensen bij vertrek zeggen….de tijd was tekort…..dan ben ik blij, want dat betekent dat er iets in gang gezet is.
Ik ben echt benieuwd of ik nog vragen ga krijgen….want dat zou me nog blijer maken.
Oh en als je er niet bij was….alle materiaal (inclusief stappenplannen) staat hier
(er komen nog was tips en links bij, naar aanleiding van vragen van deelnemers)

Mediawijs op stage/Mediawijs solliciteren.
De tweede workshop startte met een lunchdipje van twee kanten. Deze workshop had als titel aan de slag met je online profiel. Maar (voor de lezers onder ons) ging over mediawijs op stage. Practice what you preach.
Je kunt met leerlingen niet aan de slag met hun online profilering ten behoeve van stage of sollicitatie als je zelf nooit stilstaat bij jouw eigen online aanwezigheid.

Aan de hand van de leerlijn solliciteren liet ik deelnemers werken aan hun LinkedIn profiel.
De opdrachten (presentatie op Slideshare) die zij doorliepen zijn dezelfde als de leerlingen doorlopen in de leerlijn solliciteren.
Resultaat? Wat mij betreft een uitstekend resultaat. Alle 12 deelnemers zijn vertrokken met een up to date profiel en hebben een aantal didactische tips meegekregen hoe zij met hun leerlingen mediawijs aan de slag kunnen gaan om hen voor te bereiden op stage of werk.

Ik ben tevreden….en echt dat zeg ik niet altijd na een werksessie.
Nou maar hopen dat de deelnemers er net zo over denken.

Dank voor de goede organisatie en wie weet tot in België

 

Mediawijs Solliciteren de Tweeslag maken?

In november vorig jaar heb ik een micro krediet aangevraagd bij mediawijzer.net om een leerlijn Mediawijs Solliciteren te kunnen maken.
Voor de entree opleidingen is er een keuzedeel Solliciteren ontwikkeld, maar ik was van mening dat daar meer digitale onderdelen in kunnen zitten.
Daarnaast vind ik nog steeds dat er te weinig aandacht is voor mediawijsheid van zowel docenten als studenten. Dus waarom niet de combinatie maken en practice what you preach in gang zetten?

Anno 2016 schrijven we geen sollicitatiebrieven meer, moet je opvallen met je CV en vinden met name studenten het moeilijk om te telefoneren met een aankomende werkgever of stageaanbieder.
Daarom heb ik het keuzedeel Solliciteren, verrijkt met digitale onderdelen en tools.
Ook is er aandacht voor online profilering en mediawijs gedrag.
In zowel de wikiwijs als op een eigen website is de leerlijn vanaf vorige week beschikbaar (gratis) voor iedereen die denkt er iets mee te kunnen of willen.
De leerlijn valt onder een Creative Commons 4.0 licentie…dus doe ermee wat je wilt!

Getest met docenten, de tweeslag

Afgelopen donderdag heb ik bij #AmsterdamMediawijs een twintigtal deelnemers (docenten) meegenomen in de leerlijn en hen tegelijkertijd aan het werk gezet met hun eigen LinkedIn profiel.
De opdrachten uit de leerlijn zijn namelijk prima te gebruiken voor jezelf.
Nadenken over wie je bent, welke kwaliteiten je hebt en jezelf pitchen is niet alleen voor studenten zinvol, maar ook voor docenten.

De reacties van de deelnemers waren erg positief en de workshop van 75 minuten was zelfs tekort om alles af te ronden.
Daarom hier de presentatie met de opdrachten (en tips)…gewoon gratis.

Leuker zou ik het vinden om het nog een keer te doen met een aantal docenten als aftrap voor de inzet van de leerlijn in hun eigen lessen.

Aanbod:

Voor 300 euro kom ik naar jullie toe om anderhalf uur aan de slag te gaan.
Ik stap in de auto voor 10 GEMOTIVEERDE en niet GESTUURDE deelnemers die reeds een LinkedIn account hebben.
Ik reken daar wel reiskosten 0,19 per kilometer voor
Een laptop/tablet is een verplichting met alleen een telefoon werkt het namelijk niet.

Komt u maar door met de vragen/verzoeken.

 

Themamiddag: Professionals zijn beter af met/zonder registers

Woensdag 18 mei vond in het Innovatiehuis in Den Bosch een thema bijeenkomst plaats met de titel: Professionals zijn beter af met/zonder registers.
Doel van de bijeenkomst was de dialoog over professionalisering en de waarde van een register als het gaat om het vastleggen van de activiteiten die daarmee gepaard gaan.


De aanleiding was de aankomende wetswijziging waarin het “vrijwillige lerarenregister” omgezet wordt in een verplicht register voor leraren en de tot nu toe zeer magere bereidheid (50.000) van leraren om zich te registreren (houd deze nuance even vast!).

Voor de lezers …we hebben het hier met name over het mbo omdat het Consortium voor Innovatie van- en voor de MBO instellingen is.

De setting
Ongeveer 19 aanwezigen uit verschillende takken van sport waren aanwezig. Aanbieders van trainingen, aanbieders van personeelsinformatiesystemen, HR medewerkers, Onderwijsadviseurs, Onderwijsondernemers, een afgevaardigde van het forum standaardisatie, aanbieders van bijvoorbeeld EVC en portfolio systemen, opleiders, leden van de onderwijscoöperatie en 1 leraar.
Een mooi gemêleerd publiek, allen met hart voor onderwijs en allen zeer bewust bezig met professionalisering.

In de voorstelronde vroeg ik naast naam en rugnummer waar de deelnemer zijn/haar eigen professionalisering in bijhield. Ik denk dat 90% van de deelnemers aangaf daarvoor LinkedIn te gebruiken (hier kom ik nog op terug).

De eerste leervragen die uit de voorstelronde naar voren kwamen waren:

  • Bevoegd/Bekwaam, hoe zit dat in het mbo?
  • Er zijn voor lang niet alle vakdocenten in het mbo lerarenopleidingen mogelijk om bijvoorbeeld schilders, kappers, bakkers enz. op te leiden. Helaas kiezen dan veel mensen voor de 2e graads leraren opleiding omgangskunde.
  • In de zogenaamde PDT (pedagogisch didactische trajecten) wordt amper aandacht besteed aan de overdracht van VAKdidactiek van het betreffende vak waarin opgeleid wordt.
    (hoe legt een topkapper vanuit zijn eigen vak aan leerlingen het vak kappen uit).
  • Er zijn al heel veel docenten die op enigerlei wijze hun professionalisering vastleggen in een systeem. Hoe vindt zonder de administratieve lasten uitwisseling binnen systemen plaats?
  • Als de autonomie van leraren zo hoog in de vaandels staat, waarom mogen er dan alleen “gevalideerde (lees commerciële) activiteiten worden vastgelegd?
  • Kunnen er ook andere activiteiten gevalideerd worden zonder de vingers van beoordelingscommissies achter de knoppen?
  • Hoe kom je als aanbieder nu achter die wel of niet gevalideerd zijn keuzes die gemaakt worden?


Het podium aan drie sprekers.
Frank Jansma van de Onderwijscoöperatie nam ons mee in een historisch perspectief. Het lerarenregister is niet gisteren bedacht maar loopt al sinds de vorige eeuw.
In 2002 werden door SBL de bekwaamheidseisen van leraren al vastgesteld en sinds die tijd is er al sprake van een register. Let wel: de werkgevers hebben het laten liggen in de uitvoering van de wet BIO en zij zouden verantwoordelijk zijn voor het bijhouden van de bekwaamheid van leraren. Het eigenaarschap en de inspraak over wat wel en niet in het register hoort is echt een forse strijdpunt geweest. Ook de beroepsstandaard van leraren, het aanzien van leraren als beroepsgroep en het van/voor en door leraren is niet iets dat gisteren opgeborreld is.
Het feit dat de minister nu het register als wettelijke eis voor leraren opstelt heeft te maken met de verantwoordelijkheid die de minister heeft als het gaat om de kwaliteit van onderwijs en dus de kwaliteit van leraren.
Frank gaf aan dat het vrijwillige lerarenregister “gekaapt” is door de minister en omgezet is in een wet. Eigenlijk is het register maar een administratief ding dat niet zo heel veel meer met de professionalisering van leraren en de autonomie van leraren te maken heeft. (Frank corrigeert mij vast als ik ernaast zit).
Wanneer je wilt tekenen voor kwaliteit is de beroepsstandaard van groot belang, daar wordt op dit moment heel hard aan gewerkt.

Anna van der Horst van Meurs is aan het promoveren op proactief loopbaangedrag.
Hoe krijg je professionals in beweging als het gaat om het zich blijvend ontwikkelen? Zij hanteert daarvoor de vier C´s: Control, Curiousity, Concern, Confidence.
Uit onderzoek komt met name naar voren dat professionaliseringsactiviteiten aan de volgende eisen moeten voldoen, wil je de professional in beweging krijgen.

1. De activiteit moet relevant zijn voor de professional (niet omdat de baas hen stuurt)
2. Het moet mogelijk zijn je te professionaliseren (tijd, geld, keuze)
3. Het moet energie opleveren (leuk is geen fijn criterium).

Mensen die niet proactief zijn in hun professionalisering en “nog maar een paar jaar hoeven” zijn al met “mentaal pensioen”
De relatie van het verplichte register en vastleggen van de puntjes is zo snel gelegd.

Theo Mensen wond zich op over het feit dat het register leeg blijft (slechts 50.000 geregistreerde leraren). Hij gaf aan dat dat vooral komt doordat er niet voldoende gekeken wordt naar de validering van de bewijzen.  Verbaasd was hij over het feit dat de onderwijscoöperatie vanaf het begin van de invoering van het lerarenregister (gefinancierd door publieke middelen) niet voldoet aan de ePortfolio standaard. Er is een ePortfolio standaard (NEN 2035) en ook het lerarenregister of het register zoals het straks verplicht wordt, moet daar aan voldoen. Uitwisselbaarheid van gegevens en eigenaarschap van de data zijn echt punten waar niet naar gekeken is en waar NU (kijk naar de vragen van de aanwezigen) echt niet meer aan voorbij gegaan kan worden.
Ook sprak Theo over zelfassessments in relatie tot kwaliteitsdenken. Daardoor kan kwaliteitsborging plaatsvinden. Hij verwees naar het open badges systeem waarin validering op meerdere lagen kan plaatsvinden. Ik vind, mijn collega vindt, mijn baas vindt, de beroepsgroep vindt, de minister vindt…..

Drie heel verschillende benaderingen van professionalisering, eigenaarschap en wel of geen register, maakten het best lastig om vervolgens met elkaar de dialoog aan te gaan over voors- en tegens, oplossingen en voorstellen.
In de rol van gespreksleider had ik het heel druk met anderen ruimte geven, faciliteren, organiseren, sturen en soms doorvragen.

Ik liet daar mijn mening vanwege mijn rol achterwege.

Hier niet.

Het feit dat 90% van de deelnemers aangaf LinkedIn als ePortfolio te gebruiken, maakt dat ik denk dat we er nog lang niet zijn. Van wie zijn de data? Waar staan die data? Kan ik ze exporteren?

Het feit dat reflecteren op je eigen leren, plannen waar je naartoe wilt en feedback vragen op jouw handelen nog niet breed DE STANDAARD is, baart me zorgen.
Dat je deze activiteiten niet vastlegt in een portabel portfolio dat voldoet aan de ePortfolio standaarden, is ook zorgelijk.
Kwaliteit is niet te borgen met een certificaat dat gevalideerd is door niet objectieve onafhankelijke professionals. 
Leraren weten niet wie er in hun gegevens neuzen. Deze zaken zijn in softwarematige oplossingen wel te regelen.
De beroepsvereniging van het MBO (BVMBO) heeft geen zeggenschap in deze validerings- en toetsingsactiviteiten.


Kortom, het was heel moeilijk om gespreksleider te zijn omdat ik best iets vind.

Gelukkig reflecteer ik hier op mijn handelen en heb ik een certificaat met 3 biopunten.
Het register kan me gestolen worden want in 2022 (herregistratiemomentje ) zijn we al een aantal eikelpoetsende ministers en staatssecretarissen verder.

Ik vind:

  • dat de 48 miljoen gemeenschapsgeld voor invoering van het register uitgegeven zou moeten worden aan echte onderwijszaken (verlaging werkdruk, vraaggestuurde professionalisering, minder lesuren).
  • dat de onderwijscoöperatie niet de juiste onafhankelijk en democratisch gekozen organisatie is voor de invoering, validering en uitvoering van een register (slagers die hun eigen vlees keuren).
  • dat “de beroepsgroep leraren” niet bestaat.
  • dat de bevoegd/bekwaam toelatingseisen voor het register gestoeld zijn op elitair denken vanuit  een HAVO en VWO docenten perspectief, niet vanuit het beroepsonderwijs.
  • dat de bekwaamheidseisen opgesteld in 2002 eerst geactualiseerd moeten worden.
  • dat lerarenopleiders op universiteiten en HBO ook in een register moeten (kunnnen)
  • dat mensen die geen 0.2 aanstelling bij een onderwijsinstelling hebben recht moeten hebben op registratie.

Een bevoegdheidspapiertje: nieuw studiedoel.

Ik kan hogescholen die deeltijdopleidingen voor leraren aanbieden aanschrijven of winkelen door de NTI, LOI, NCOI gidsen. Misschien biedt zelfs de Open Universiteit uitkomst. Of is er een EVC aanbieder die zegt….makkie kom maar hier.

Ik denk dat ik niet de enige ben met deze leervraag, dus een blogpost is dan voor mij een betere aanpak. Wie weet levert het nieuwe inzichten op.

Nu dat lerarenregister en nog enger dat registervoorportaal er bijna aankomen, zit ik toch zonder dat “bevoegdheidspapiertje”.  Zoals de vaste lezers weten geloof ik ook meer in aantoonbare en actuele bekwaamheid in plaats van een achterhaalde bevoegdheid, dus ik ben benieuwd wat de uitkomsten gaan worden.

Het probleem
Nu ik een ongeldig (en oud) startbekwaamheidscertificaat BVE docent heb maar inmiddels wel Master of Education ben, moet ik achterstevoren gaan studeren.
De Master Leren en Innoveren biedt (logischerwijs) geen onderwijsbevoegdheid, maar ik heb ook niet zoveel zin om een paar jaar in een lerarenopleiding te gaan zitten, om te luisteren naar onderwijskundigen die minder onderwijservaring hebben dan ik en misschien zelfs geen masterpapiertje hebben. (ik generaliseer nu een beetje fors natuurlijk).

Natuurlijk kan en wil ik geen vakdocent koken, timmeren of ict worden.
Maar ik wil wel bevoegd verklaard worden om onderwijs te verzorgen in bijvoorbeeld vakken Loopbaan en Burgerschap, Mediawijsheid, ICT vaardigheden, mediawijs solliciteren en (online) communiceren.
Ook zou ik aan de slag kunnen met een aantal vakken binnen de onderwijsassistenten opleiding (ik mag als Master Leren en Innoveren tenminste aannemen dat de theorie die daar behandeld is, toegepast kan worden in een mbo-4 opleiding).

Ik kan een beetje onderzoeken, een beetje leuk schrijven en doe ook nog wat met ondernemen en een hoofdredacteurschap.
En trouwens, bij welke lerarenopleiding zou ik me dan (gezien bovenstaande) in hemelsnaam moeten inschrijven?


Onderwijs ontwerpen inclusief toetsing en beoordeling met of zonder portfolio assessment is een van de hoofdinkomsten van mijn bedrijf. Ik kan uitstekend overweg met digitale tools, weet hoe ik Blended Learning moet inzetten en heb vanwege mijn ervaring als docenten trainer ook een leuk repertoire aan didactische werkvormen in de vingers (digitaal en analoog). Ik kan ook nog best iets leuks met programmeren en weet wel iets over Gamification.
Ik ben op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in en rond onderwijs en heb gedegen kennis van leertheorieën. Door mijn werkzaamheden afgelopen jaar zijn mijn didactische en pedagogische vaardigheden actueel en ben ik er aan gewend om met een kleurrijke doelgroep te werken.

Deze laatste ervaringen heb ik echter opgedaan als kerndocent ICT bij een HBO instelling en dat telt niet mee voor het lerarenregister of een bevoegdheid.
Ik mocht wel bijdragen aan de opleiding van leraren volgens de wet BIO maar ik ben formeel geen leraar die onder diezelfde wet valt.

Als onderwijsondernemer heb ik geen onderwijsbaasje of ben ik niet tewerkgesteld (echt…dat staat er) dus mag ik niet in het lerarenregister.
Ik mag geen lerarenbeurs aanvragen en het LOF fonds is voor mij ook niet weggelegd (want ik sta niet in het register)

Tsja….hoe pak ik dat nou aan?

Ik ben namelijk ook heel erg onderwijsondernemer met een onderwijshart en onwijs eigenwijs.
Mijn doel is dus vanaf nu dat bevoegdheidspapiertje te scoren, maar wel langs de allerkortste weg. Ik wil best iets leren maar dan moet het wel iets nieuws zijn.

Wie komt er met leuke oplossingen?