#50Books: kanniekiezen!

Welk gedicht vind jij het grappigste dat je ooit gelezen hebt?

Daarbij vroeg ik me gelijk af, hoe zat het ook alweer?
Bloggen is leren dus hup in de boeken en wikipedia

Een gedicht is een (literaire) tekst die tot de poëzie behoort.
Het is geschreven in versvorm en het is geen, net als in proza, doorlopende tekst (uitzonderingen daargelaten).
Het is een rijm als twee woorden in “beklemtoonde”lettergrepen een klankgelijkheid hebben.

Het eerste waar ik bij een grappig gedicht aan denk zijn limericks

(Een versje met een vast rijmschema A-A, B-B, A.
Het einde van de 1e zin rijmt op het einde van de 2e zin. Het einde van de 4e zin, rijmt op het einde van de 3e zin. En het einde van de vijfde zin rijmt weer op het einde van zin 1 en 2.
De clou komt in de laatste rijmregel naar voren.)

Bijvoorbeeld (oorsprong onbekend):

Er was eens een man in Wolfheze
die kon heel goed schaamliplezen
Hij vroeg aan zijn vrouw
wat vertel je me nou?
het zal wel een kutsmoesje wezen.

Maar het barst natuurlijk ook van nonsens en plezierdichters die lang niet allemaal limericks schrijven.

Wie, wat waar?
De eerste naam die bij me opkomt is John O’Mill (Jan van der Meulen).
Zijn boekjes Lyrical Laria en ook Loony Lyrics staan hier in de kast. John O’Mill is vooral bekend vanwege de double dutch gedichten.
Larycook zoals hij dat zelf noemt en ook schreef hij kwijmpjes en gnoosjes.
Dichterlijke vrijheid of zoals Paul van Ostajen ooit zei: dichtkunst staat gelijk aan woordkunst.

In ‘Ik wou dat ik twee hondjes was’, is een bloemlezing van ‘onzinnige poezie’ verzameld.

Hierin komt het woord plezierdichter naar voren, door Drs.P. beschreven als ‘een manier om van taalkennis te genieten en doen genieten’
Een plezierdichter gebruikt een strakke versvorm om te dichten.
Een nonsensdichter hanteert helemaal geen regels en neemt een loopje met poëzie, rijm, de taal en zijn eigen collega’s
Vaak zit er in humoristische gedichten een wijze les en tot zover mijn les.

Ik kan echt niet kiezen en heb ook niet echt een de ‘grappigste’
Vandaar maar een kleine opsomming van grappige gedichten
Het leuke daarvan is, dat ik ze allemaal uit mijn hoofd ken. (Behalve de laatste).

een gouwe ouwe die iedereen kent:

Spleen – Godfried Bomans

Ik zit mij voor het vensterglas
onnoemelijk te vervelen.
Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan kon ik samen spelen.

John O’mill

Kleine muisjes hebben kleine wensjes
beschuitjes met gestampte mensjes

John O’Mill – Pruimejantje

Jantje zag eens pruimen hangen
Oh, als eieren zo groot
De tuinman zag zijn bolle wangen
en sloeg de vuile gapper dood.

Coos Neetebeem

Sikkels klinken
Sikkels blinken
Ruisend valt het graan
Als je iemand weg ziet hinken
Heeft hij ‘t fout gedaan.

Toon Hermans – Bloemenliedje

Zoals ma de liefjes ziet
zo ziet pa de liefjes niet.

Drs. P.

Begin een bijvoorbeeld met twaalf lettergrepen
Vervolg dan met elf, en met tien enzovoort
Het is met zulke schrandere knepen
Dat de vakman de lezer bekoort
Telkens zo’n syllabe minder
Veredelt het metrum niet
Daarin zit de hinder
Zoals u wel ziet
Nu nog ’n paar
Doch meteen
Zo maar
Een*

*Bvhdtvdzndze – Kenners van de Mortimercode zullen deze ondeugende
woordspeling naar waarde kunnen schatten.
Leuk om de discussie hierover even terug te lezen (want ik weet ook niet wat de Mortimercode is)

Geleerd van mijn moeder (toegift)

Ik kan rijmen en dichten
zonder mijn hemd op te lichten
Vinger in je reet
da’s geen rijmen,
wel dichten.

In 2017 is Martha Pelkman de #50books vragen steller.