Persbericht: Hebben kinderen recht op mediawijsheid?

Het thema van de week van de mediawijsheid is “recht op mediawijsheid”. Natuurlijk hebben kinderen dat recht, denk ik dan. Al heel veel scholen hebben zich aangemeld voor de mediamasters het spel dat gespeeld wordt in de week van de mediawijsheid door groepen 7 en 8 van basisscholen.
Sinds gisteren weet ik dat ook PABO’s mogen deelnemen zodat de studenten zich echt kunnen verplaatsen in de leefwereld van de jongeren. Op twitter grapten we er al over dat de leerlingen van groep 7 en 8 het makkelijk zouden winnen van hun juffen en meesters in wording.
Volgend jaar eens aandacht voor MBO studenten?

Persbericht

De wijze waarop we met elkaar communiceren is de laatste jaren ingrijpend veranderd. Vrijwel iedereen is via een smartphone, laptop en tablet voortdurend met elkaar en met het internet verbonden. Ook kinderen. Zij maken volop gebruik van alle mogelijkheden die de nieuwe mediaplatformen ons bieden. Het gebruik van media door en voor kinderen blijft bovendien stijgen en kinderen gaan steeds jonger, vaker en langer online. De meeste kinderen beschouwen directe toegang tot internet inmiddels ook als vanzelfsprekend.

Vanwege deze razendsnelle ontwikkelingen is het tijd dat we nadenken over welke kaders wij (opvoeders, docenten, overheid, industrie, mediamakers) nodig hebben om kinderen optimaal en in veiligheid te kunnen laten bewegen en ontwikkelen in deze nieuwe samenleving vol media.

Met de Week van de Mediawijsheid vraagt Mediawijzer.net jaarlijks aandacht voor het belang van mediawijsheid voor kinderen. De Week van de Mediawijsheid wordt dit jaar voor de vijfde maal georganiseerd en vindt plaats van 21 tot en met 28 november 2014. Dit jaar staan de rechten van het kind centraal en is het thema “Recht op mediawijsheid”.

mediawijzer

Het Kinderrechtenverdrag bestaat dit jaar 25 jaar en zou kaders kunnen bieden. In het verdrag worden echter nog geen specifieke uitspraken gedaan over de rol van media in het leven van kinderen. Tal van vragen spelen op dit gebied, bijvoorbeeld: welke rechten (en plichten) hebben kinderen als het gaat om online pesten? Is online spelen hetzelfde als buitenspelen? Worden de online mogelijkheden voldoende benut voor alle kinderen? Hebben kinderen recht op online privacy of mogen ouders alles wat hun kinderen met media doen volgen? En hebben kinderen het recht om na hun 18e jaar ‘online’ vergeten te worden? Kortom: Wat is mediawijsheid met betrekking tot de rechten van het kind?

Tijdens deze Week van de Mediawijsheid inventariseren we de vragen rondom de mediawijze invulling van de rechten, plichten en mogelijkheden van kinderen en stellen we vast wat er mee moet gebeuren. We gaan aan de slag met een groot aantal experts op het gebied van media. Moeten er misschien rechten bij? Zijn sommige rechten toe aan een nieuw jasje? Welke rechten zijn van het allergrootste belang in een wereld vol media? Met als uiteindelijk resultaat een verdere verdieping van het Kinderrechtenverdrag, passend bij de huidige mediasamenleving 25 jaar later.

Meedoen aan de Week van de Mediawijsheid
Enthousiast? Je kunt op allerlei manieren meedoen en laten zien dat jij het belangrijk vindt dat kinderen mediawijs opgroeien. We hebben een aantal activiteiten op een rijtje gezet:

MediaMasters
MediaMasters is hét superspannende mediawijsheidspel waarin kinderen kunnen bewijzen hoe mediawijs zij zijn. Vorig jaar speelden meer dan 70.000 kinderen mee. Tijdens vijf speldagen leren kinderen onder andere over het vinden van betrouwbare informatie, de werking van een redactie en jezelf presenteren op internet.

Leerlingen uit groep 7 en 8 kunnen met hun klas of BSO-groep kosteloos meedoen aan MediaMasters. Ook pabo-studenten kunnen dit jaar meedoen. Inschrijven is nog mogelijk tot en met 31 oktober via deze link.

Discussie in de klas
Mediawijzer heeft 8 stellingen beschikbaar gesteld waarover in de klas gediscussieerd kan worden. De stellingen zijn voortgekomen uit expertsessies en sluiten aan op het thema van de Week. Experts uit het mediavak en kinderen gaven tijdens deze sessies aan welke onderwerpen zij belangrijk vinden en waar discussie over nodig is. Succes!
Download de stellingen hier

Bibliotheken
Mediawijsheid houdt niet op buiten de klas. Door het hele land worden activiteiten georganiseerd door onder andere bibliotheken. Benieuwd wat er in jouw buurt wordt georganiseerd? Kijk dan snel op deze kaart.

Nieuwsbegrip
Speciaal voor de Week van de Mediawijsheid wordt er een Nieuwsbegrip les gemaakt voor groep 7 en 8 (niveau B) over het thema ‘Recht op Mediawijsheid’. Deze les verschijnt voorafgaand aan de start van de campagneweek op deze site, zodat scholen er tijdens de week mee aan de slag kunnen gaan.

Meepraten over de Week van de Mediawijsheid? Twitter mee met #WvdM14. Kijk voor meer informatie over de campagne op www.weekvandemediawijsheid.nl.

Read More

Een Evenementmoment.

evenementenSocial Media Week in het Innovatiehuis 5 november
Na het succes van vorig jaar zijn er ook dit jaar op 5 en 6 november activiteiten in het Innovatiehuis in den Bosch rondom Sociale Media in het onderwijs.
Waar ik op mijn andere weblog net iets schreef over Sociaal Kapitaal, is deze activiteit er ook een van.
Als vriend van het Consortium mag ik er op 5 november samen met Ashwin Brouwer en zijn collega Albert van der Meulen aan de slag met deelnemers.
Ik zou zeggen….aanmelden want vol = vol

Edubloggersdiner 10 november
We gaan weer eten maar vooral bijpraten met de Edubloggers.
Ik zie dat er inmiddels 54 aanmeldingen zijn.
Dat is teveel om met iedereen te praten maar in elk geval weer het vooruitzicht op een leuke avond, vol onderwijsharten.
Eigenlijk zouden we wel om kunnen naar de eis dat deelnemers een weblog hebben, want ik zie er nu een aantal mensen bij staan die dat niet hebben. Natuurlijk met  onderwijsharten maar (nog) geen edubloggers.

Onderwijsdagen 12 november
Hier kan ik het wel zeggen, ondanks mijn toezegging om weer te bloggen. Ik blijf het niks vinden dat MBO nog steeds bij het VO en PO gepropt wordt.
Inmiddels zijn een aantal onderwijsinstellingen aangesloten bij SURF en ik vind dat beroepsonderwijs en de manier waarop MBO instellingen georganiseerd zijn beter bij HBO en WO past.
Maar het meest verbaas ik me over de workshops op woensdag 12 november,  Kennisnet en leveranciers beslaat de hoofdmoot van de presentaties. Als er al onderwijsinstellingen zijn die presenteren is het samen met of verbonden aan.
Daarnaast, nou ben ik vaker op zulke bijeenkomsten….what’s new?
Bij het tikken van deze post, heb ik er eigenlijk al niet zo veel zin meer in. Als hoofdredacteur en blogger heb ik ja gezegd, maar als Karin Winters zeg ik…nee laat maar.
Misschien is het, omdat ik het gevoel heb dat er niet geleerd wordt van voorgaande jaren en er met de feedback (die niet alleen ik gegeven heb) niets gebeurt.
Lekker door blijven gaan op de ooit ingeslagen weg want wij van WC eend!

I&I Congres 19 november.
Verrassend genoeg zag ik mijn naam staan tussen de presentatoren, er was even een mailtje in de drafts blijven hangen.
Zal ik daar eens proberen te duiden wat de veranderende rol en inhoud van informaticalessen in het Voortgezet onderwijs zijn? Worden er nog informatica lessen gegeven trouwens?
Natuurlijk ga ik naar MediaPlaza in Utrecht, netwerken is net werken!
Inschrijven kan trouwens hier

Read More

Informeel leren door middel van een weblog.

Voor de herkansing van mijn paper Leerpsychologie blijf ik de focus houden op informeel leren, vanuit het perspectief van werkleren en professionalisering.

Bloggen:  informeel leren en professionaliseren.

Wat is een weblog?

Misschien een vreemde vraag om hier te stellen, even een definitie.
“Een weblog of blog is een persoonlijk dagboek op een website dat regelmatig, soms meermalen per dag, wordt bijgehouden.” (wikipedia)
Boyd & Ellisson, (2007) geven als definitie van een blog:  an individually maintained web page.
Bij de 16 definities die hier  staan,  komt de chronologische volgorde (laatste bericht bovenaan) en de mogelijkheid tot reageren ook vaak voor.

Hoeveel weblogs zijn er?
Wanneer we kijken naar getallen is het lastig om de laatste cijfers van het aantal weblogs (zonder enige ordening) te vinden. Volgens Statista waren er in 2006 175 miljoen weblogs wereldwijd
Hoeveel Nederlandse weblogs er zijn is nog moeilijker te vinden, als iemand de cijfers heeft houd ik mee aanbevolen.
Hoeveel Nederlandse Edubloggers er zijn is ook niet bekend, maar op edubloggers.nl zijn blogs verzameld van mensen uit Nederland en Belgie die over onderwijs schrijven. Zij geven zelf aan dat zij edublogger zijn en schijven zich ook zelf hier in.

Vorige week sloot de 285e Edublogger zich aan bij edubloggers.nl.
Leraar (PO) van het jaar Femke Cools reageerde als volgt:

bloggen_en_informeel_leren_tweet


Ja waarom eigenlijk niet? Als je blogt ben je dan aan het leren?

Bij de zoektocht naar bronnen kwam ik een onderzoek tegen naar weblogs als instrumenten voor informeel leren.
In de samenvatting  van Blogging for informal learning (2011) staat: “ ….and the blogging can be a significant factor in having the informal learning for adults more enriched and fulfilled.” (more…)

Read More

Digitale communicatie in innovatietrajecten, blog en wederblog.

Mijn studiemaatje Martin heeft gedaan wat ik van hem vroeg.
Hij heeft geprobeerd antwoord te geven op mijn stellingen in deze blogpost en mij daarmee op weg geholpen om aan te scherpen. Dat doet hij in een blogpost en ik reageer daar nu weer op.
De vraag die direct bij mij opkomt, zijn wij nu samen kennis aan het creëren?

Stelling 1: We kunnen niet meer zonder digitale communicatie

Martin stelt daar terecht een aantal vragen bij: “Ga je er in stelling 1 van uit dat mensen niet meer zonder digitale communicatie kunnen? Bedoel je daarmee alle mensen? Kan niemand meer (echt helemaal niemand) zonder digitale communicatie? Op het werk zie ik namelijk genoeg collega’s die hun mobiel uitzetten als ze naar huis gaan en ook op vakantie lijken veel mensen goed te kunnen overleven zonder hun mobiel en laptop”

Wat mij betreft vindt alles waar wij ons nu mee bezig houden plaats in de werkcontext.

Binnen deze werkcontext durf ik te stellen dat we niet meer zonder digitale communicatie kunnen.
Het feit dat collega’s hun mobiel uitzetten en ook op vakantie out of office replies aan hebben staan is een keuze die zij maken. Dat betekent wel dat je daar als innovator rekening mee moet houden.
Ga er dan vanuit dat er meer is dan email: een weblog bijvoorbeeld, zodat je asynchroon blijft communiceren over de ontwikkelingen.
Het lastige is daarin wel de zogenaamde “haalplicht” van de ontvanger. Hij/zij bepaalt wanneer hij/zij wat leest en wat niet.

“Of bedoel je dat digitale communicatie niet meer is weg te denken uit onze maatschappij?”
Dat is natuurlijk koren op mijn molen om de aansluiting met mijn eigen innovatieopdracht weer op te pakken.
Ik denk dat digitale communicatie niet meer is weg te denken uit onze maatschappij! Daarom blijf ik zo hameren op “onderwijskundig leiderschap”  als het gaat om ict bekwaamheid van leraren.
De liefde moet van twee  kanten komen: geef leraren ook de goede instrumenten en keuzemogelijkheden om digitaal te kunnen communiceren.
Vier in Balans van Kennisnet blijft hierin cruciaal.

4inbalans

Het gaat te ver om er nu dieper op in te gaan….maar ik blijf bij mijn antwoord.
Digitale communicatie is niet meer weg te denken uit onze maatschappij.

Martin scherpt de stelling: Door digitale communicatie in te zetten, kun je het commitment dat je nodig hebt voor een innovatietraject vergroten en versterken wat aan.
Stelling 2B: Zonder digitale communicatie geen commitment! En klopt het dan nog steeds?
Deze stelling bekijk ik vanuit mijn eigen context in mijn innovatietraject.
Mijn doelgroepen zijn alle leraren van SKBO (bijna 400) en de betrokken leden van de ICT werkgroep.

Bij het uitzetten van de eerste 0-meting ICT bekwaamheid, maakte ik een grote fout voor wat betreft digitale communicatie. Ik was ervan uit gegaan dat “iedereen” altijd zijn mail las en dat “iedereen” altijd de nieuwsbrieven las.
Nee! Dus bij asynchrone communicatie zul je heel goed moeten beseffen dat de perceptie van de zender een andere is dan die van de ontvanger.
Daarnaast  is het taalgebruik in mails of nieuwsbrieven cruciaal. Spreek je dezelfde taal als je doelgroep? Begrijpen ze wat je bedoeld? Hierin herken ik de waarschuwing die Ruijters en Veldkamp geven in DRIE (2012).
Dit kan nog wel wat onderzoek gebruiken van mijn kant.

Stelling 3: Door digitale communicatie in te zetten, kun je het commitment dat je nodig hebt voor een innovatietraject meten.
Deze stelling ga ik herformuleren:
Door digitale communicatie in te zetten, kun je commitment in een innovatietraject meten.

Laten we dit eens wat kleiner maken en ons even focussen op onze blog uitwisseling. Natuurlijk hoef ik bij jou geen commitment te halen, alhoewel ik je wel heb aangezet tot het schrijven van een blogpost.
Welke strategie heb ik daarin gehanteerd? Wat heeft jou aangezet tot het schrijven van de blogpost? De weerstand tegen de bèta versie van het Kennisforum? Of de nieuwsgierigheid? Wat heb ik gedaan om je in beweging te krijgen?
Stel dat we dat iets uitbreiden met het meten van onze interacties hier (hoeveel bezoekers komen er op deze blogpost af) en kunnen we de bezoekers triggeren een reactie achter te laten?
Daarna zetten we er vervolgens een poll/survey naast, waarin we deze stellingen nogmaals poneren.
Kunnen we er ook zogenaamde ranking aan vast hangen? (likes, sterretjes).
Pak vervolgens alles op en plaats het op het intranet binnen je eigenorganisatie.

Ook dan is, vanwege de asynchroniteit, de “haalplicht” voor de ontvanger een issue.

Ik neem aan dat Twitter populariteit niet echt telt, maar vandaag (11 oktober) is zo’n tweet als hieronder  wel leuk om ter  illustratie op te nemen:
Top5

Stelling 4: Als innovator kun je meerdere communicatiestrategieën hanteren om commitment te krijgen.

Hiermee kan ik nu de volgende stap maken, want bij de keuzes van de communicatie strategieën zal ik een echt onderscheid moeten maken tussen asynchroon en synchroon communiceren.
Ik denk dat je bijna niet ontkomt aan zogenaamde “blended” communicatie, waarin je face to face afwisselt met digitale communicatie.
Waarom zou ik het zelf doen als innovator, kan ik geen ambassadeurs vinden?

Stelling 5: De innovator zou collega’s kunnen zien als verschillende doelgroepen waarmee op verschillende manieren en op verschillende plaatsen gecommuniceerd wordt.
Hier ga ik even terug naar stelling2B.
Het is dan heel belangrijk “welke taal je spreekt” en dat je test of iedereen begrijpt wat je wilt zeggen.

Martin geeft aan: Ik heb in mijn reactie ook willen laten “proeven” hoe beperkt ik digitale communicatie eigenlijk vind
Met digitale communicatie bereik ik in een beperkte tijdsspanne veel meer mensen. Door het verrijken van de media die je gebruikt om te communiceren kun je zelfs beïnvloeden en volgens mij wil je dat. Ook daar ga ik dus nog even induiken.

Bijna vergat ik dat Martin nog wat vragen had: “Dan is er nog een heel mooi persoonlijk stukje in je blog-bericht. Je schrijft dat jouw emoties bij a-synchrone communicatie vaak zo heftig zijn. Ik denk dat het heel interessant is om dat verder te onderzoeken. Wat gebeurt er dan precies? Welke overtuigingen van jou komen in de knel? Kun je hier een voorbeeld van geven?”

Dat ga ik (echt) onderzoeken. Als ik naar Freijters (2012)  kijk,  vraag ik me af welke belemmerende overtuiging opspeelt bij het lezen van een email, roddeltweet, blogpost discussies.
Ben ik liefdesverslaafd of leidt ik aan Calimerodenken? Of moet ik weer eens aan de slag met Kernkwadranten.
Hier kom ik dus op terug en probeer nog steeds mijn weerstand tegen dit deel van het thema weg te halen.

Dank Martin voor de tijd die je gestoken hebt in jouw antwoorden en weer nieuwe vragen voor mij!!
En dat wijntje staat, alleen als jij er een lekkere pizza bij bakt, want ik denk dat we daarbij niet alleen communiceren maar heel veel informeel leren.

Read More

#TGIF: Hoe kom ik nou ooit aan die BMW?

Vandaag begonnen ze, de herfstvakanties.
Vanwege de ooit bedachte vakantiespreiding ligt dus komende weken, in onderwijsland,  de boel plat.
Vooropgesteld, leraren werken zich het vuur uit hun sloffen en ze verdienen die vakantie!

Maar.

Als zelfstandig onderwijsondersteuner wil ik daar toch even wat over zeggen.
Hoe kom ik nou ooit aan die vette BMW, die met opspattend grind, van de parkeerplaats afscheurt?

BMW

Niet alleen de week dat de scholen dicht zijn, is een economisch nulmoment voor onderwijsondersteuners, ook de week ervoor en de week erna.
“We trekken het over de vakantie heen”, is een standaard zin in onderwijs.

Oh wee, als we niet bij de winkel terecht kunnen als we iets nodig hebben.
Oh wee, als het webcare team niet reageert bij een vraag op zondagmiddag.
Oh wee, als vandaag besteld niet morgen bezorgd is.

Maar in onderwijs….

Woensdag was ik bij het lerarencongres, ik zal de foto van het lege parkeerterrein maar niet laten zien.
Wie van de aanwezigen durft toe te geven dat hij/zij rond drie uur aan zijn/haar stutten trok?

De mond en de pen vol van innovatie, het moet anders.
We moeten onderwijs uit de oude industriële revolutionair ingerichte setting halen.

Maar  we trekken het over de vakantie heen.

1659 uur gedeeld door 40.
Een onderwijsjaar is dus 12 weken korter dan een kalenderjaar, dat is een kwartaal!
Tel daar dan de “we trekken het over de vakantie heen” weken bij op en vraag je dan eens af: Wat zou het opleveren als we daar eens anders naar gingen kijken?

Als we echt willen dat het onderwijs past bij de huidige samenleving, dan moet de liefde van twee kanten komen.

Of is “we trekken het over de vakantie heen” één van de 21st century skills?

Read More

Lerarencongres, bijna helemaal voor en door leraren.

Het leukste is, dat het lerarencongres niet vanuit de schoolsoorten denkt en dat dus deelnemers uit PO, VO, MBO en zelfs HBO door elkaar heen lopen. Dat viel me ook op in de workshops/lezingen/spreekbeurten, prima want dan lopen initiatieven ooit in elkaar over.
Ruim 1.500 mensen die ruim 150 workshops konden bezoeken op 1 dag en tussendoor ook nog eens eten en drinken en bijpraten in de Feesttent.
Een mooie dag, met weer mooie ontmoetingen en hernieuwde kennismakingen.

applaus
Ben ik inhoudelijk wijzer geworden? Nee, maar ik heb wel genoten van het verhaal van Jan Fasen en Ramon Moorlag over #agora. Ga er maar aanstaan, het roer om in Roermond. De vraag welke leraar er wil gaan werken, leverde een ja op van de meeste aanwezigen en nog mooier de verbinding naar 2 lerarenopleidingen die verder willen praten over samen optrekken.
Nog meer leuks, vernieuwends? Nou dat weer niet. Dat komt waarschijnlijk door mijn workshopkeuzes: professionalisering van leraren. Het verhaal van de Gelderse ROC’s die samen professionaliseren, de Hogescholen die flexibel maatwerk bieden voor 2e graders die 1e graads willen worden en het verandermanagement dat daarvoor nodig is…boden geen verrassingen.

Wat ik zelf erg lastig blijf vinden is de massa te volgen workshops, in een bioscoopopstelling en dan de verhalen, die in Powerpoint of Prezi staan, aanhoren. Frontaal en eendimensionaal.

Wanneer het nu goede en inspirerende vertellers zijn, zoals Jan en Ramon, maakt dat me niets uit…heerlijk.
Maar mensen die nog steeds vanaf een papier de geprinte sheets voorlezen, hakkelend en zwetend door een presentatie heen worstelen, is niet lekker. In de eerste plaats niet voor de sprekers, die wat mij betreft vandaag erg veel geluk hadden met het publiek, we waren allemaal erg lief.

De organisatie kan niet van tevoren screenen op kwaliteit van presentatoren, maar ik wil volgend jaar best even een workshopje geven: test je presentatie op een andere machine (dat met flimpjes die het niet doen), plak bij meerdere presentatoren de boel toch in 1 presentatie, maak contact met je publiek, lees niet voor en wissel eens wat af met interactieve vormen.

Natuurlijk ben ik de kritische kijker, maar dat mag want: de onderwijscooperatie heeft dit lerarencongres geaccrediteerd om als scholingsmoment op te nemen in je lerarenregister.  Dan mag je verwachten dat het principe practice what you preach ook hier opgaat, kwaliteit dus.
En nee, ondanks de massa keren dat ik hoorde dat het lerarenregister zo fantastisch is geloof ik  er nog steeds niet in.
Ik geloof wel dat deze dag een heel goed voorbeeld is van vraaggestuurd professionaliseren, netwerken en samenwerken.

Hulde Onderwijscoöperatie!

Tip: volgende keer bloggers uitnodigen om verslag te doen :-)

 

Read More

Commitment en digitale communicatie, tussen de regels door lezen.

Commitment en digitale communicatie, tussen de regels door lezen.
Hoe en welke communicatiestrategie kan een innovator inzetten om commitment te creëren bij collega’s?
Dat is de hoofdvraag die wij op dit moment aan het beantwoorden zijn in de master Leren en Innoveren.
Ik had aan de slag moeten zijn met kwalitatieve data analyse van de opgenomen gesprekken van mijn COP genoten. Omdat ik een lees en schrijf achterstand heb, ga ik eerst weer eens kijken naar mijn (vervolg) vraag.

“Welke digitale communicatie strategie ik zou kunnen inzetten om commitment bij mijn doelgroep te creëren”. (more…)

Read More

Vraag en antwoord Plugin

Normaliter ben ik geen WordPress plugin tipgever, maar nu ga ik het toch even doen.
Voor het spel Spelender(Media)Wijs dat ik voor mijn onderzoek in de master leren en innoveren ga gebruiken had ik een soort van online vraag en antwoord nodig.
Het spel zelf is analoog en offline, want het gaat meer om de dialoog dan de techniek, maar we hebben het wel over mediawijsheid, dus voorbeelden moeten wel voorhanden zijn.

Tijdens het bordspel krijgen de spelers allerlei vragen voorgeschoteld, met een beetje pech 13 stuks per deelnemer.
Omdat ik de opdrachten (kennen en kunnen) vanuit mijn eigen perspectief bedacht heb, is het handig om ook de deelnemers en de communitymanager te helpen. (more…)

Read More

Iets met weerstand en communiceren.

Bij de start van het thema communiceren binnen innovaties van de master is aangegeven dat de op te leveren paper een groepspaper is. Handig in het kader van verlaging van de studiebelasting (met meer mensen lezen, samenvatten en schrijven) en natuurlijk vanwege de kennisuitwisseling en kenniscreatie.
Op grond van mijn ervaring bij het eerste paper, schoot ik echter direct in de weerstand.
Als geen ander ken ik mezelf en ik weet ook dat het me moeite kost die weerstand los te laten.

Het thema: mijn interpretatie op grond van de eerste oriëntatie
Het thema communiceren binnen innovaties, trok mij direct aan.
Hoe communiceer ik  in deze gedigitaliseerde wereld, rekening houdend met de verschillen in mijn doelgroep, over een (innovatie)traject?
Welke communicatiestrategie kan ik gebruiken om de kracht van online communiceren te vergroten of aan te tonen?

Direct ben ik op zoek gegaan naar wetenschappelijke artikelen die te maken hebben met online communicatie, vooral gerelateerd aan mediawijsheid, online emoties en gebruik van online tools.
Een blogpost, literatuur in mijn mailbox en ook een prachtige ontmoeting met iemand die op grond van big data analyseert waar in organisaties de “early adopters” zich bevinden.
Er zijn eerste onderzoeken naar emoties in digitale communicatie en waarom bijvoorbeeld MOOC’s wel of niet werken, beschikbaar.
Ook had ik ter voorbereiding van het analyse deel al snel een aantal voorbeelden wat betreft gebruik van email, Twitter en onze online leeromgeving.

Dat gaat wel goed komen dacht ik….
maslow
Het thema: mijn gevoel op de eerste inhoudelijk dag.
Bij ontvangst van de boeken en de eerste blik op de literatuurlijst, begonnen mijn twijfels.
Zeker het groot psychologisch modellenboek en de kracht van gedachten temperden mijn enthousiasme danig. De vrijdagmiddagsessie op school riep bij mij innerlijk een grote weerstand op.
Oefeningen met ikken…is voor deze ikken een no go area.
Na een vervelende (privé)ervaring en de daarbij behorende oplapfase, heb ik besloten in trainingen en opleidingen niet meer mee te doen aan activiteiten die lijken op therapietje spelen.

Dat wordt lastig met goed komen dacht ik…

Het thema: Groepen en Kenniscreatie
In de week voorafgaand aan de schooldag waren al een aantal oriënterende vragen op het kennisforum geplaatst en die zijn vrijdag omgezet in één eigen probleemstelling/vraag.
Vervolgens kregen we de opdracht: stel  CoL’s (Communities of Learning) van 3 of 4 personen samen die een inhoudelijke klik hebben.
Makkelijk toch?
Natuurlijk ontstonden er snel groepen die direct de inhoudelijke klik hadden, geen enkel probleem.

Ik voelde en zag  en hoorde (gezien door mijn gekleurde weerstandsbril) echter ook:

  • Bij het rondje lopen om te zien waar de inhoudelijke klik zat , de “lone rangers en de minder assertieve mensen.
  • Het voorstel van dezelfde groepjes als vorig jaar, of juist niet.
  • De grap: Never change a winning team.
  • We wonen of werken lekker dicht bij elkaar.
  • Ik wil heel graag met jou in een groep omdat we die kans nog niet gehad hebben.
  • Ik wil regelmatig fysiek bij elkaar kunnen komen in plaats van online of telefonisch communiceren.

Inhoudelijke klik?

Omdat ik nog niet weet wat ik met dit thema aan moet en eerst van mijn weerstand af wil,  ben ik nu een soloCoL.
Ik heb me nergens bij aangesloten. Een eigen keuze en zeker niet door buitensluiting van de groep, hoogstens op inhoudelijke vlak.

We hebben er erg lang over doorgepraat vrijdagavond….want dit hoort ook bij de competentie communiceren binnen  innovaties.

Dat ging niet goed…

Met de keuze die ik gemaakt heb, maak ik het mezelf moeilijk want de beoordeling op “kenniscreatie” en  “data analyse” is bijna niet mogelijk.
Mijn omgeving zegt, het gaat toch om het papiertje dus maak het jezelf niet zo moeilijk.

Dat komt goed! Hoop ik….

 

Read More